zondag 6 december 2009

Het ondoorgrondelijke spoor van leven in mijn herinnering

Onlangs speelde het eerste album van The Raconteurs op mijn computer, Broken Boy Soldier uit 2006, en ik moest denken aan de film The Science Of Sleep, van de Franse regisseur Michel Gondry. Deze gedachte bracht ook Eternal Sunshine Of The Spotless Mind naar voren, de film met de prachtige handen van Jim Carey. Waarom benoem ik alleen zijn handen? Omdat de man niet als de eeuwige komiek was te herkennen. Zijn handen, zo streng en benig, zo lenig en articulerend, riepen geen van de talloze flauwe, maar tegelijk ijzersterke grappen op uit Me, Myself and Irene. Waarom dacht ik aan The Science Of Sleep bij het horen van de Raconteurs? Ben ik zo onder de indruk van die band en dat album? Zeker niet. Het is wel aardig, maar lang niet zo sterk als Jack White’s andere project, The White Stripes. En daar lag de connectie. Michel Gondry die voor The White Stripes een videoclip regisseerde, The Hardest Button To Button. Een heerlijk nummertje zoals we van die band verwachten. Hard, afgekloven en toch catchy. Een bijzonder leuke en simpele clip overigens. Is het een idee om bij alles dat hier genoemd wordt linkjes te zetten? Ik zal u er niet mee vervelen. De hele tijd doorklikken ergert mij ook. Het is maar de vraag hoe belangrijk deze link is voor het verloop van de rest van de tekst.

Maar wat bracht die herinnering aan The White Stripes vooral teweeg? De tijd dat ik nieuwe muziek ontdekte is altijd de zoetste en mooiste tijd. Zoveel bands die zich dan opdringen en schreeuwen om aandacht, luisteren, oordelen, genieten, dansen! Dat soort periodes zijn zo vluchtig doch zo diepgaand. De laatste keer is alweer een tijdje geleden en dat spijt me oprecht. Het is overigens blijkbaar niet zolang geleden als met de meeste hippies het geval is. Beatles… Ha! Sure. Anyway. White Blood Cells, Dead Leaves And The Dirty Ground, uit 2001. Een videoclip van bewegende legoblokjes als mannen. Ja, dat roept het één en ander van mijn jeugd op. Maar wat werkelijk onmiddellijk naar voren komt is een pijnlijke periode waarin bleek dat een liefde niet werd beantwoord . Een meisje waar ik verliefd op werd toen een vriend haar aan me voorstelde en waarmee ik zwijgend arm in arm heb gedanst op I Want You van Elvis Costello. Een liefde die een paar jaar stil moest blijven en gekoesterd werd als smeulende sintels in een dode haard. Twee nummers van dat album. Offend in Any Way en I Can’t Wait met als prangend refrein ‘I Thought you’d made up your mind’ (zoiets dan). Het was namelijk uit met haar vriend en ook tussen mij en mijn vriendin. Dit beide overigens geheel toevallig. Ik dacht eindelijk een kans te hebben en begon haar best serieus het hof te maken. We hebben nog één keer uitzinnig gekust en gedanst in Perdu, maar al snel werd duidelijk dat ze enkel vrienden wilde zijn. Trots als ik was, dom en gekwetst, vol onvermogen om de situatie te aanvaarden, angstig om altijd in deze verliefdheid te blijven hangen, moest ik het contact met haar verbreken. De hele situatie kleeft nog steeds aan me als een kwade geur. Alles eraan roept om spijt. Dat soort verleden is rottige bizniss en helaas kan ik alleen in de toekomst de zaken beter doen. Gevoelens, hè?

Is zo’n bespreking van een gefnuikte liefde een waarheidsgetrouwe ontboezeming of half ware anekdote en doet dat er voor de lezer toe? Ik ben niet geneigd zoiets te verzinnen voor een column, ook niet op het alomtegenwoordig liegende internet. De loop van mijn gedachten, opgeschreven van de hak op de tak, van de ene associatie naar de andere, deed me denken aan het beroemde koekje van Marcel Proust. In zijn Op Zoek Naar De Verloren Tijd eet hij een koekje en die doet hem ergens aan denken welke gedachte een blijkbaar legendarische zoektocht naar het functioneren en de werking van de herinnering ontspint. Als ik het goed heb begrepen. Eerlijk gezegd ben ik nog niet aan deze klassieker toegekomen. Zoveel te lezen, zoveel te zien. Wat ik wel heb gelezen en van wie ik een groot liefhebber ben, is Henry Miller, ook wel de Proust van het echte leven genoemd. Of van de zelfkant, het is maar hoe je het bekijkt. Een schrijver die vreselijk populair was in de jaren vijftig en zestig, voornamelijk omdat hij in zijn boeken realistisch en zonder poespas over seks schreef en aldus in de VS werd verboden. Kreeftskeerkring, Steenbokskeerkring en Zwarte Lente werden eerst in Frankrijk uitgebracht, in die tijd een land met aanzienlijk meer vrijheid dan waar ook. Uiteraard heeft deze fixatie van de lezer op de seksuele zijde van de boeken Miller geen goed gedaan. Toen seks weer enigszins normaal genoeg werd om over te praten is de schrijver op een zijspoor gezet en aan zijn diepere boodschap over het leven is men geheel niet toegekomen. De schrijver Arnon G. haalde in de Volkskrant Steenbokskeerkring aan als een van zijn favoriete boeken ooit, om doodleuk op te merken dat er geen verhaal in zit en men op elk plekje in de tekst kan beginnen. Ik vraag me af of u, de lezer, eenzelfde gevoel heeft bij dit stukje en als dat niet zo is, wat ik met enige reden verwacht, hoe we dan Steenbokskeerkring zouden moeten lezen. Achterstevoren en binnenstebuiten? Heeft een schrijver zoveel tijd aan iets besteed om het zo frivool weg te laten zetten?

Mijn herinneringen gaan evengoed verder. Ik moet denken aan een nacht in Parijs met een klasgenoot van die tijd. We dronken wijn uit een fles waarvan we de kurk hadden ingedrukt bij gebrek aan trekker. We waren getuige van een steekpartij. We filosofeerden lopend door de straten en zaten op de Montmartre, met uitzicht op magnifiek schitterend Parijs, een stad waar Miller zo vaak had gelopen, zoveel plezier had gekend en waarin hij zulke grootse boeken had geschreven, en we filosofeerden over Nirvana en hoe geweldig dat was, om er bij een komma achter te komen dat mijn klasgenoot sprak over de Boeddhistische ‘hemel’ en ik over de band van Kurt Cobain.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen