donderdag 14 januari 2010

Canto II

De engel is verbaasd over wat daar verglijdt
tijdens de vlucht langs spaghettidijken
ingedamde rivieren gelegen aan musea en pretpaleizen
bevolkt door offers aan biergenot, kunst en kitsch
dansend tot de zon de zwarte zwerk openbreekt
wat nog lang duren zal, weet hij
Deze duisternis reikt van over heel de wereld naar hier

al sinds het begin der tijden toen het woord god was
toen twaalf stammen verenigen moesten
a long time ago, in a galaxy far from here)
zei een cowboy: “hell’s coming for breakfast”
Rond de tijd dat pralende Lucifer zijn plaats vergaf
opinieloos achtergelaten in luxe kou
God tevreden neuriede, giechelde Gabriel “asjemenou!”

Sinds die tijd hangt er een klamboe van Het Ware Geloof
over de smaragden parel vol fossielen
sinds die tijd vecht boerennuchter schuchter voor adem
is elke kritische teug die men krijgen kan
afrekening met al het bijgeloof
is twijfel het enige voor de eenzame vader
dat verlossen kan van Zijn verantwoordelijk amen

en de engel spreekt aarzelend deze woorden:
nu is het een eind te maken aan ons beleg
nu is het tijd afstand te nemen van blind vertrouwen
nu is het tijd de troon van boven naar beneden te halen



Kleine verwijzing naar de twaalf stammen van Israël, gevolgd door de intro van alle Starwars films. Het citaat ‘hell’s coming for breakfast’ komt uit de film The outlaw Josey Wales, een lekker smerige Clint Eastwood-film uit de jaren ’70, toen films maken nog iets voor schurken en tuig was en zowel recensenten als publiek een slecht eind niet onoverkomelijk vonden. Natuurlijk komt de ‘asjemenou’ van Loekie de Leeuw, icoon van de reclameblokken van mijn jeugd, toen ik nog niet doorzapte zodra een wasmiddel werd aangekondigd.

Dit is het tweede deel van het langere gedicht The Black Angel’s Death Song, dat in Kaalslag in de Lage Landen werd geïntroduceerd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen