maandag 18 januari 2010

Canto VI

In de luidruchtige delta neergestreken
gevlucht voor armoede en dorpse waanzin
leven Özlem en Azzam schoonmakend
de goten en kantoren van strakke overhemden
ongezien vluchten ze in ochtendlijke uren
een toekomst bouwend voor Berkant en Rachida
vijf keer biddend naar oost, alleen in gedachte

Bij de Ka'aba wachten ze volgzaam als allochtoon
gescheiden zolang ze "een zwarte
van een witte draad kunnen onderscheiden"
hier als Nederturk en Nedermocro
onder de schaduw van de zesde zuil
in handen van de baardige vijanden
op een onverdeeld suikerfeest met ons allen, samen

Trotse jongemannen in djellaba en nike-shirt
statige moslima's in modieuze hijab
woedend werkend om gelijk te zijn
aan de verwende boeren en boerinnen
levend op hun jachtterreinen van erwten
Altijd alleen maar gelijk aan de schurken
die metro's opblazen met afgeladen lichamen

Ik staar naar de kleurige straten en vraag:
Wat is het dat ons van de ander scheidt?
Wie zijn deze vreemden die mijn buur zijn?
Hoe smaakt de baklava op de hoek?
Waarom niet "Vrede over u, over u zij vrede"?



De namen die ik hier heb gekozen zijn opzettelijk Marokkaans & Turks. Het vijf keer bidden naar oost is niet precies oost, want Mekka ligt natuurlijk iets zuidelijker ten opzichte van ons. ‘Een zwarte van een witte draad…’ heeft iets met de ramadan te maken, maar het leek me ook een aardige verwijzing naar het vermogen goed van slecht te onderscheiden, leugen van waarheid, vooroordeel van oordeel, etc. Nederturk & Nedermocro zijn mijns inziens beter dan het verzamelvat ‘allochtoon’ waar de regering al jarenlang mee schermt. Het is mijn ervaring dat mensen er niet zoveel op tegen hebben in een culturele groep gezet te worden, maar wel als ze opgeteld worden bij vele anderen waar ze weinig tot niets mee delen. Zie Fries & Hollander. De zesde zuil verwijst naar die van de Jihad en dan specifiek naar de interpretatie die sommige heren aan dit woord geven als zijnde een naar buiten gekeerde oorlog tot bekering. Derde strofe gaat over het feit dat veel van onze Medelanders (ook zo’n woord) de troep opruimen voor het Nederlandsche Volk. Ze zijn er oorspronkelijk voor uitgenodigd, maar goed, soms schaam ik me enigszins als het vuil op het station weer door besnorde en gekleurde mannen wordt opgeraapt, terwijl de bleekneuzen het achteloos laten vallen. Helaas gooit iedereen achteloos vuil op straat, bleek of gekleurd. dDat is dan ook weer jammer. En, tja, tijdens sport niet zo handig, in de rechtszaal misschien niet gepast, maar waarom zouden vrouwen niet een hijab mogen dragen? De Spaanse aanslagen gebeurden blijkbaar in hetzelfde jaar als de moord op Theo. Was ik alweer vergeten. ‘Vrede over u…’ had ik ergens gevonden als gezegd in de Islam, maar helaas, ik kan de betreffende pagina niet meer achterhalen.

Dit is het zesde deel van het langere gedicht The Black Angel’s Death Song, dat in Kaalslag in de Lage Landen werd geïntroduceerd en in 2004 werd geschreven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen