zondag 10 januari 2010

Kaalslag in de Lage Landen


Na de moord op Fortuyn vroeg een vriend of de hel zou losbreken wanneer de moordenaar een moslim bleek te zijn. Dezelfde gedachte was bij mij opgekomen en ik antwoordde er bang voor te zijn, dat de moordenaar dat geloof aanhing. Mensen kunnen best ongenuanceerd reageren en voelen. Toen Van Gogh werd afgeslacht was er geen vraag meer. Ik maakte nog de misplaatste grap, net aankomend op mijn werk, dat het nooit Van Gogh kon zijn, zo vroeg in de ochtend. In mijn verbeelding leidde de filmmaker een kunstenaarsleven. Zover als ik ooit in verbeelding met hem bezig was. Ik heb nog wel eens een sigaret van hem aangenomen, tijdens een geënsceneerde Lagerhuisdiscussie over roken. Ik werkte toen in De Rode Hoed. Overigens werkte ik daar ook tijdens het evenement waar Joost Zwagerman Ayaan Hirsi sprak en blijkbaar de connectie tussen haar en Van Gogh gelegd werd

We hadden net het podium opgebouwd, hetzelfde als voor Het Lagerhuis van de VARA, dat daar toen werd opgenomen. In die tijd rookte ik en was dus makkelijk overtuigd van Van Goghs argumenten. Het was een Gauloise zonder filter, die ik geheel ontwend was. Zijn argumenten verloren kuchend snel aan kracht. Ik moet zeggen enigszins verrast te zijn dat hij zich leende voor zoiets commercieels. Verder leek het een aardige pief.

Mensen zijn vaak best oké, heb ik gemerkt. Mensen hebben ook geld nodig en iemand als Van Gogh had altijd geld nodig. Die films maakten zich niet zelf. Ik neem aan dat hij daarom dit soort klusjes deed. Ik neem aan dat hij daarom wel eens wat scherper formuleerde dan wenselijk is. Aandacht kan geld betekenen voor de aandachttrekker. Velen zijn met hem in dit aspect. Ik ben zeker niet de enige geweest die een soort van opstand of rellen verwachtte na de moord. Nederland was al een tijdje onrustig. Nederland IS al een tijdje onrustig. Ik haat het hoe men tegenwoordig in het Journaal en de kranten de zaken rond zijn moord afdoen als iets van het verleden. Alsof de ressentimenten die heersten plots weg zijn gegaan omdat Cohen en enkele anderen verstandig reageerden. Ik haat het hoe men de opkomst van Wilders & co maar wat graag presenteert als losstaand van 2 november 2004. De misère die dat allemaal losmaakte zat er al lang en het is precies hetzelfde gebleven.

Mijn eerste artistieke reactie werd in dit gedicht gevat:

Het woord vermoord
in de vorm van een lachend big
Hofnar der Neêrlandsche Staat
sprak spugend en kwijlend
Zijn Waarheid
in Zijn Stad
Nu ligt ie plat op de kouwe straat
kucht waarheid en bloed tegelijk

Duisternis niet meer af te wenden
De lange reis begonnen, alleen
zijn wij gelaten

Een radeloos gevoel kwam over mij in de eerste week na de moord. Twee politieke moorden tijdens mijn leven. Sinds Balthasar Gerardts hebben we dit niet meer gezien. Ach, vele moorden, vuig en gewillig, zijn er gepleegd binnen het politieke bestel, Van Oldebarneveldt en de Gebroeders de Witt, maar een man van buiten, van het volk? De eerste twee weken keek ik met achterdocht naar mijn buurtgenoten. Toevallig wonen er hier bovenmatig veel moslims. Ze kunnen er ook niets aan doen. Deze buurt was toen ze hier kwamen goedkoop en is dat nog steeds. "Give me your tired, your poor, your huddled masses yearning to breathe free, the wretched refuse of your teeming shore. Send these, the homeless, tempest-tossed to me, I lift my lamp beside the golden door!" Zo was het hier, toen de eerste immigranten uit de Maghreb kwamen. Een belofte van geld en veilige terugkeer. Niemand had durven dromen dat deze immigranten plaats en geld van de minder gefortuneerden zouden overnemen, of dat dit in ieder geval als zodanig gezien zou worden. Niemand had durven dromen dat de Verenigde Staten aangevallen zou worden door moslimterroristen.

Ik weet dat Van Gogh absoluut een klootzak kon zijn, maar ik wordt altijd zo boos als iemand suggereert dat het kwetsen van mensen met woorden op welke manier dan ook een moord zou rechtvaardigen. Ons land kon mensen gebruiken die ongenuanceerd en schofterig zijn (dat is tegenwoordig misschien weer anders). Hij en Fortuyn stonden hier alleen in, gedurende een tijd. Ben ik echt de enige die het opvalt dat zij beide ten strijde trokken tegen de burgerlijke gezapigheid en door nog extremere buitenstaanders zijn getroffen, terwijl de mannen en vrouwen op het pluche gewoon door kunnen gaan? Gewoonlijk, als er al zoiets gewoons aan is, worden aanslagen op zittende politici gepleegd. Zo was het ook met Willem de Zwijger. Ik wil niet suggereren dat de kogel van links kwam. Van Gogh en Fortuyn waren zowel links als rechts. De kogel werd afgeschoten op degene met het hoofd boven het maaiveld en buiten het kader. We zijn echt iets in Van Gogh verloren, nog afgezien van een mens. Hij was een uitzonderlijk filmer.

Maar goed, waar het om gaat in deze blog is een ander gedicht vrij snel na het vorige schreef, een die uitzonderlijk minder kort was en ook minder toegankelijk. Het bestaat uit zeven afzonderlijke gedichten die in opbouw met elkaar overeenkomen, maar ieder een stukje van de situatie probeert te vertalen. In vele opzichten is het vast geen geslaagd gedicht. Het moest tegelijk klassiek zijn, in de trant van oude protestgedichten uit de jaren vijftig, maar er moest ook vrolijk postmodern geciteerd worden. Nou ja, eerlijk gezegd gebeurde dat allemaal vanzelf. Dat soort realisaties komen meestal later, na het begin, na het afvuren van de creatieve kogel. Nu al is het gedateerd, omdat de situatie alsmaar gecompliceerder is geworden, met meneer bleekmiddelpruik jagend op aandacht. Ook is het ongewoon hoopvol, op het naïeve af, maar eerlijk gezegd vind ik dat een van de reddende kwaliteiten. Een kunstwerk probeert altijd boven de situatie, gedachte of het gevoel uit te stijgen. Daar hoort naïeve hoop ook bij. Het is een oprechte en directe tekening van mijn gevoelens en observaties.

Ik wist niet waar het geplaatst moest worden. De meeste literaire bladen ontlopen relaties met de hedendaagse werkelijkheid graag. Zeker als ze met een enigszins dramatische en licht hysterische lading worden gebracht. Ik heb nog geprobeerd het te passen in een bestaande eigen bundel, maar dat was niks en om het ding op zichzelf uit te brengen, daar is het te klein voor. Grappig genoeg kan ik door de opzet gedichten blijven toevoegen zonder de structuur ooit echt aan te tasten, maar dan zou ik het spontane gevoel van het begin kwijtraken.

De titel, Black Angel’s Death Song kwam als vanzelf, omdat een engel de hoofdrol vervult, maar enige andere connectie met het lied van The Velvet Underground ontbreekt. Misschien dat er iets in de situatie zat dat verbonden werd met het gevoel uit de tijd dat ik vaak naar The Velvet Underground luisterde. In de jaren zestig was een muziekluisteraar Beatles of Rolling Stones, maar ik ben altijd Velvet Underground geweest, de eerste band waar Lou Reed in zat. Het is de derde smaak die lang onder het tapijt is geveegd.

Ik koos voor de benaming van de gedichten als canto’s, omdat Ezra Pound en Lord Byron hun gedichten in het grotere gedicht zo noemden. De connotatie ontbeert elke diepgang. The black angel’s death song is doorspekt met citaten en parafraseringen van uiteenlopende soort. Ik wil de eerste keer dat men dit leest niet alles uitleggen, maar onderaan elk gedicht zal ik een tipje van de sluier oplichten. Later maak ik misschien een versie met hyperlinks naar pagina’s met informatie. Alsof weten wat iets betekend genoeg is om een gedicht te begrijpen. In de loop van de week post ik zo’n beetje elke dag een canto.

1 opmerking: