woensdag 24 februari 2010

Kijk goed, het staat er niet geschreven


Kijken, dat was iets dat we moesten leren. Het eerste dat we na die opmerking deden was vragen stellen. Kijken konden we tenslotte al, dus vroegen we waarom we het nog moesten leren. De leraar zette ons aan het tekenen en het vrouwenbeen dat ik daar schiep, zwart op wit, nou ja, krijtzwart met vele grijstinten op krantenpapier zonder opdruk, leek mij echt. Zo had ik het tenslotte gezien. De leraar vertelde dat ik beter moest kijken.
‘Kijk dan toch daar, daar waar die spier overgaat in de andere, zie je daar dan niets gebeuren?’ Ik keek nog eens en ja, door met mijn krijtje mijn oog te volgen, een oog dat observeerde, een oog dat niet dacht, zag ik het gebeuren: een spier die overging in een andere spier en daar dus een miniem hobbeltje veroorzaakte. Dat was dus kijken. Dat was dus waar we voor op school waren.

Telkens weer was het een hele taak de juiste lijn te vinden. Hoe meer ik keek, hoe beter mijn ogen zich aanpasten, hoe scherper het krijtje volgde en de hand zijn werk deed, hoe moeilijker het werd om de juiste lijn te vinden. Wat ik zag was een zich steeds verder uitbreidend universum van mogelijkheden en uitdrukkingen. Niets stond meer vast, alles lag open in het spectrum van zwart-wit. Zoveel gradaties van juist maakten het bijna onmogelijk een lijn op papier te zetten. Met elke lijn werd er weer iets van de werkelijkheid afgesnoept. Met elke lijn verdween het werkelijke been verder om vervangen te worden door een verzonnen, uitgekookte, manipulerende werkelijkheid op papier. De zigeuner met het traantje. Meest geliefd beeld van de massa, afschrikwekkend voorbeeld voor elke kunststudent hoe het niet moet. Geen beeld was nog waar, geen gedachte was nog eerlijk. Het oog bleek genadeloos. Soms wilde ik weer simpel strips tekenen, zoals vroeger, want daar is elke lijn een zekerheid en elk plaatje waar, al is het dan een cliché.

In dezelfde tijd dat ik leerde kijken las ik William Burroughs’ biografie. Hier werd een prachtige legende verteld over dat de man in een spiegel keek met een spiegel achter zich, waardoor hij in de spiegel voor hem na zwaar concentreren zijn vroegere levens kon zien. Burroughs leefde in een vaag wereldje en ik toevallig ook, toen ik dat las, dus zodra de kans kwam, tijdens een heftige joint, nam ik plaats tegenover een spiegel en staarde zoals nooit eerder. Het was niet kijken te noemen. Het was een blind concentreren op het spiegelgladde oppervlak dat zoveel van mijn aard leek op te zuigen. En ja hoor, daar gebeurde het dan: het spiegelbeeld veranderde en nog wel zonder dat er een spiegel achter mij stond. Waren dit de levens van vroeger en nog te komen? Misschien was mijn leven wel vaag en een beetje ongericht, maar ik kon weinig waarde hechten aan zo’n buitensporige fantasie. Dat er iets gebeurde mocht duidelijk zijn. Wat dit was bleef voorlopig nog een geheim. Een ding was duidelijk: het gezicht waar ik tegen het eind in staarde was niet het mijne. Althans, zoveel was zeker dat ik het niet meer herkende als het mijne. Had ik ooit wel goed genoeg naar mijzelf gekeken om mijn gezicht zomaar in een groep van anderen te herkennen, of zou ik eraan voorbij gaan als aan zoveel vreemde koppen? De wereld stond nog meer op zijn kop omdat mijn kop niet meer de mijne was en elk lijntje dat gezet werd een nieuw lijntje opriep. Zelfs fotografie of film, bleek later, geven geen objectief beeld van hoe iemand eruit ziet. Ook deze media zijn geneigd en zo gemaakt dat ze iets veranderen aan het beeld dat gezien wordt. Ik heb een nog best grappig schilderij liggen van dit avontuur in de spiegel.

Kijken, beste luisteraar, lezen, beste kijker, horen, beste lezer, dit zijn allen kwaliteiten van observatie die wij blijkbaar moeten ontwikkelen omdat we anders weinig anders zien dan wat we denken. Het is grappig om te zien hoe mijn gezicht in elk oppervlak er weer anders uitziet, op weg naar werk. Telkens ben ik weer een andere Marcel, naar gelang hoe ik me voel en wat ik denk op dat moment. Een vrouw staat zich uren voor de spiegel op te maken, maar op werk blijkt al dit werk voor niets, want elke spiegel vertelt haar een ander en minder rooskleurig verhaal. De macht om dat beeld van thuis de hele dag vast te houden, spiegels of opmerkingen van anderen overwonnen, dat beeld projecterend op de wereld om ons heen zodat iedereen gelooft en denkt dat jij de beste en mooiste bent, dat is iets waar hele volksstammen naar streven. Onze economie en onze vermaak draait erom. Al dat gedoe kan in een oogwenk teniet worden gedaan als we leren kijken en de lijntjes observeren waaruit het perfecte beeld is opgebouwd. Tot dan zullen we in elk treurig beeld een huilend zigeunerkindje zien en in elke blonde stoot een succesvolle aanbeden vrouw.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen