woensdag 21 april 2010

Beeldverhaal: hoofdstuk 1 – Het Demorfisme (1993-94)

Mijn klasgenoot Sander Tuijp toonde me een tekening in zijn schetsboek van een wijnfles gespiegeld in het kromme raam van een dubbeldekkertrein. Het was niet bepaald een ongewoon beeld, maar het deed mij iets op een fundamenteel niveau. Ik had namelijk niet zo veel eerder in Parijs een kleine gouache gemaakt naar aanleiding van wat schetsen van een storende televisie. Het was niet een geheel gelukkige vakantie geweest gezien de grote eenzaamheid (de afwezigheid van mijn Franstaligheid) en het gebrekkige bereik van mijn portemonnee. Sander en ik, het is werkelijk onmogelijk om erachter te komen wie ermee opkwam, bedachten ter plekke de stroming van het Demorfisme. Natuurlijk moest dat, want iedere kunststudent moest toch uiteindelijk een stroming verzinnen? De basis was vrij simpel: de werkelijkheid werd verstoord door iets, dat mechanisme moesten wij onderzoeken en vervolgens toepassen op een eigen beeld. Zo versplinterde water, verdraaide een lepel of vervormde een storende televisie iets en hoe dit gebeurde was waar wij mee werkten. Het resultaat werd dan gepresenteerd als op zichzelf staand. Na verloop van tijd kreeg deze stroming in onze geesten een steeds grotere en meer uitgebreide betekenis. Natuurlijk dachten wij iets van de werkelijkheid bloot te leggen dat diep was. Het was alsof we de waarheid achter dingen probeerden te tonen. Stoned als we waren, hij ook van de hypo’s (suikergebrek bij een diabetespatiënt), waren er geen grenzen aan het belang van wat wij bedachten. Eerlijk gezegd vond ik zijn schilderijen briljant, maar mijn tekeningen interessanter. Hij trok meer naar waterspiegelingen, ik naar tv-storingen. We tekenden een spiegeling in dezelfde frisse kleuren als het ongespiegelde, ongestoorde origineel en draaiden het resultaat om. Dit kreeg soms een interessant vervreemdend effect. Eén van mijn series had als basisvervorming wat er met de perceptie gebeurd als men LSD nam. Dit gegeven ontbeerde natuurlijk de ‘objectieve’ basis die we zo prettig vonden als uitgangspunt.

Hier te zien:
De eerste gouache in Parijs. Een serie van drie waarin een concert van The Rollins Band (gezien op het Lowlands Festival) vervormd wordt door een LSD-ervaring. Overigens had ik dat niet bij het concert genomen. Een foto van twee voetballers ondergaat een tv-storing in drie fases. Een verliefd gezicht in een lepel. Een zelfportret in een metalen oppervlak met de letters Sarajevo en een portret in een wasbak met doorgesneden polsen. Verder vele schetsen van spiegelingen in allerlei soorten objecten. Mijn schilderijen bestonden in die tijd uit Hollands heldere vlakken kleur en waren vrij schematisch. Het idee had de overhand. De redding van de mensheid en het denken was belangrijker dan de verf. Het verhaal dat verteld moest worden had op alles voorrang. Maar potverdrie, wat een verhaal was het! En wat liepen we met de goden in de hand door een duister Parijs, een fles wijn en een joint, vol gesprekken over Nirvana de band en Nirvana de eindbestemming! De wereld lag aan onze voeten want we waren zo verliefd op ons denken, onze dronkenschap, onze behoefte de wereld te redden! En eerlijk gezegd denk ik ook nu dat we iets bijzonders in elkaar hadden gezet. Een elegante en overtuigende manier om onze ideeën over te brengen die vast had kunnen slagen als we niet zo naïef waren geweest en als anderen mee hadden gedaan. Het stopte omdat een ander idee mijn aandacht trok.

Meer is te zien op ozymantra.nl.











Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen