donderdag 15 april 2010

Beeldverhaal: proloog – De vroege jaren (1992-95)

Zoals vaker het geval blijkt de start van een nieuw boek moeilijk en traag. Wat is het onderwerp, wie is de hoofdrolspeler, waar speelt het zich af en waar gaat het naar toe? De hoofdrolspeler in 1991 was striptekenaar Marcel die graag sciencefiction, William Burroughs, Henry Miller en de Engelse romantici las. Hij wist niets van de wereld der edele kunsten. Zijn referentiekader werd gevormd door Starwars en Lego. Hij had ook een half jaartje Engels gestudeerd op de lerarenopleiding. Dat was waar zijn eerste jointje werd gebruikt. Eigenlijk wilde hij naar de kunstacademie of de etalageschool, maar had niet voldoende laten zien om ze te overtuigen. Ik zag me niet mijn hele leven wijden aan de Engelse letteren, hoe leuk ik die taal ook vond. Het werd dus de lerarenopleiding tekenen in Amsterdam. Zo viel de hoofdrol samen met het onderwerp, want die waren één: mijn verhouding tot de wereld, mijzelf en tot wat ik toen abusievelijk voor kunst hield. De plek waar het zich afspeelde was op de grens tussen kunst en strip, maar ook in de klas en waar mijn klasgenoten en ik naar gingen. Verhalen te over.

Het is allemaal bescheiden en doet misschien wat ouderwets aan, maar al snel voelde ik de adem van de grote voorgangers. Wat speelde er in de beelden? Een aardige poging om het begrip ‘the sublime’ te schilderen. Een van de vroegste, misschien zelfs van voor school. Het geheugen schiet te kort. The sick rose, naar William Blake. De voyeur fotografeert een erectie. Zelfportretten vol zelfmedelijden onder dekking van de ellende in Sarajevo. Ik heb toen een paar jaar geen journaal meer gekeken uit afschuw over wat er in Joegoslavië gebeurde. Na een miljoen keer pogen de leraar te overtuigen van iets waar ik zelf nog niet van overtuigd was kwam het eerste ‘meesterwerk’: Kubie geeft de geest. Een manier om mij af te zetten tegen de analytische benadering van de kunst. Ondertussen maakte ik al lang niet meer mijn werk per week, maar weken vooruit, zodat ik kritiek van de leraar kon verwerken en hem kon verrassen. Natuurlijk legt dit bloot waar het in die eerste jaren echt om ging: wat is kunst en kon ik wel goed genoeg tekenen? Tenslotte was het een tekenopleiding, niet een kunstopleiding. Een ander ‘meesterwerk’: de schaatsers. Achteraf gezien had ik het misschien bij schetsen moeten laten. Die waren soms niet mis. Het schilderij heeft wel iets speciaals, maar verzakt in stijfheid. Teveel analyse. Ook nog wat portretten, onder andere voor de cursus beeldhouwen. Een van die modellen ging er met mijn toenmalige vriendin vandoor. Het was geen leuke tijd. De weerman als ziener. Vogelkoppen. Een stripfiguur die boos was omdat ik hem leek te zijn vergeten: Jaws. Pacman in love. Teveel wiet & hasj, maar de echte gekkigheid moest nog komen.

Meer afbeeldingen op ozymantra.nl.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen