donderdag 8 april 2010

Beeldverhaal


Ooit wilde ik striptekenaar worden. Dit was niet moeilijk in die tijd, want voor striptekenen bestond geen school, dus het enige dat men ervoor moest doen was hard werken. Ik heb nooit eerder zo hard gewerkt als in de tijd dat ik striptekenaar probeerde te worden. Er valt heel wat af te dingen aan mijn strips van die dagen, één van die dingen was waarschijnlijk dat mijn tekenen wel heel erg onbeholpen was, maar er valt zo ook wat goeds te zeggen, namelijk dat ik een verhaaltje aardig kon vertellen, dat ik de karakters met elkaar kon laten acteren en dat er een zekere innovatie was als het om kadrering ging. We brachten zelfs een stripblad uit genaamd Project uhmm… Met zeker vijftien tekenaars en aanverwanten! Toen ik de tweedegraads lerarenopleiding tekenen ging volgen was dit met de intentie beter te leren striptekenen. Het verlangen om te tekenen kwam natuurlijk niet alleen daarvan. Voorheen, op de middelbare school, nam ik altijd ook tekenen in mijn vakkenpakket. Niet in de laatste plaats omdat het meestal gezellig en ontspannen was tijdens zulke lessen. Niettemin zat ik niet op de lerarenopleiding om te leren lesgeven. Het valt moeilijk uit te leggen hoe zowel de verhalen over als het doen van schilderen mijn fantasie snel in een greep kreeg. Er is iets met de kwast dat ik nooit uit een potlood kan krijgen. Alsof het samenvattende, het overmoedige, het versmeltende en het oppermachtige van de verf waarin schaduw en vorm één zijn, waarin lijn niet belangrijker is dan vlak, waarin een transsubstantiatie plaatsvindt van materie in leven, iets van mijn binnenste weerspiegelde. Het was rond deze tijd ook dat ik begon met dichten. Misschien iets eerder. Natuurlijk was het eerste dat ik met schilderen deed verhalen vertellen. In de eerste plaats dramatisch puberaal en anekdotisch, op den duur meer verbeeldend, maar wel altijd met mijn leven als leidraad. Alsof ik moest getuigen van iets. Dit laatste is nooit echt veranderd, maar naarmate ik meer schilderde en meer met mijn neus op de technische kanten van het schilderen en op de enorme geschiedenis van dit medium werd gedrukt besteedde ik meer en meer aandacht aan formele aspecten en kregen deze formele aspecten steeds nadrukkelijker een persoonlijke en zeg maar gerust autobiografische inslag. Sommige dingen deed en doe ik geheel en alleen in referentie tot deze persoonlijke wereld.

Het zal niemand verbazen dat mijn schilderwerk nog steeds sterk door strips wordt beïnvloed. Jarenlang was dit commentaar van anderen iets waar ik niet blij mee was, was het iets dat ik op een gegeven moment als Geuzennaam ben gaan beschouwen en tegenwoordig is het iets waar ik trots op ben. Strips hebben in Nederland een aureool van kinderlijkheid. Striplezers ontvluchten de werkelijkheid en als je ouder wordt kan je er maar beter mee stoppen. Tenslotte worden strips pas kunst als een bekende roman wordt verstript of wanneer iemand zich autobiografisch uitstort. Het grote verschil tussen striptekenen en ‘kunsttekenen’ ligt voor mij in de repetitie. Een striptekenaar kan nog zo goed zijn, en geloof me, er zitten een paar talentvolle rakkers tussen, hun tekeningen moeten van plaatje tot plaatje dezelfde kracht hebben. Lijnvoering, houding, uitdrukking, dat alles is onderhevig aan het grote geheel, aan het verhaal dat verteld wordt. Van een schilder of andersoortige kunstenaar wordt verwacht dat één plaatje alles vertelt over het hele oeuvre. Zoals gezien kan worden bij Warhol en Picasso is dat een ijdel verlangen, maar goed, zo staat het: alle intentie in één kunstwerk. Voor mij ligt hier ook een vergelijking tussen proza en poëzie, waar in de eerste het woord onderhevig is aan het geheel en zodoende enigszins ondersneeuwt en bij de tweede het woord primair de brenger en verpersoonlijking is van het gedicht. Natuurlijk is er nog een ander belangrijk verschil: de striptekenaar beschikt over een heel arsenaal van standaardoplossingen voor tekenproblemen. In de kunstwereld noemt men dit wel clichés of verstarde vormen. Het is schier onmogelijk een stripverhaal te maken en telkens een nieuwe oplossing te bedenken voor hoe een schittering valt of hoe het profiel van een schoen of de rimpels van iemands knokkels zijn. Bij kunsttekenen, en zeker als men werkt naar de observatie, is men gedwongen op intuïtie, inzicht of wat dan ook, steeds nieuwe oplossingen te vinden. Dit is ook een van de dingen waarom zulke tekening, of schilderijen, individueel de aandacht blijven eisen. Elk onderdeel van zo’n plaatje is nieuw en verlangt van de kijker dat deze terug blijft komen. In de kunstwereld heeft men ook de vrijheid gezocht een beeld alleen uit formele aspecten te laten bestaan, zoals structuur, lijn, materie, vlak, noem maar op: de zogenaamde non-figuratieve kunst. Deze is beter niet te verwarren met abstracte kunst, waarin eigenlijk enkel sprake is van abstraheren, een soort vereenvoudigen van de ‘werkelijkheid volgens bepaalde ‘regels’. Veel van wat wij mensen als kunstenaar van welke soort maken is geabstraheerd, weinig is non-figuratief. Zo bekeken kunnen strips ook abstract worden genoemd.

Het steeds naar oplossingen moeten zoeken, het steeds de uitdaging aangaan om te vinden en ontdekken hoe iets verteld moet worden is wat mij uiteindelijk zeer aantrekt aan de benadering in de kunst. Ik zou niet kunnen vertellen wat het precies is dat ik probeer uit te drukken, kon ik dat wel dan was het misschien niet zo’n uitdaging en zou ik het kunnen afdoen met de achterkant van een bierviltje, maar deze eindeloze zoektocht, deze reis langs intuïtie en ervaring, dit in kaart brengen van een duister continent, dat is wat mij eindeloos fascineert. Misschien als ik dood ga, zo’n beetje vlak voor de laatste ademhaling, krijg ik een inval en valt alles samen, al die aarzelingen en al die noden, al die stappen ondernomen en misschien snap ik dan waar ik op heb gejaagd als een roedel wolven in de steppes van Gogols Rusland. Mijn konijn, mijn rendier, is dat niet simpel ‘De Schoonheid’? Ja, met hoofdletters graag, want zo zien wij dat het liefst. Want als het enkel ging om oplossingen & uitdagingen dan konden we ons net zo goed bezighouden met een Sudoku-puzzel. De Schoonheid, niet te verwarren met ‘mooi & lelijk’. De Schoonheid als van ouds, als het Sublieme gepostuleerd door de mythische Longinus en verder uitgewerkt door de romantici van eind 18de eeuw. Niet enkel mooi & lief, of een wereld waarin dingen lelijk zijn, nee, een wereld waar ook het lelijke ‘mooi’ kan zijn, namelijk De Schoonheid. Hoe vaak heb ik voor een schilderij gestaan, of met een boek in handen gezeten, rillend van dat niet te benoemen gevoel dat me overweldigde, dat niet te beschrijven valt, waarin alles met alles samenvalt, maar waarin bij nadere analyse de losse stukken uit elkaar vallen omdat de losse stukken enkel dat oproepen omdat de kunstenaar ze zo heeft laten samenvallen. De Schoonheid: niet voor beginnelingen, maar voor iedereen bereikbaar. Soms blijkt het dat hoe meer moeite voor iets wordt gedaan hoe groter de beloning is. Het oplossingen zoeken in naam van de onnoembare, zeg maar gerust romantische, Schoonheid (en wat is kunst anders dan de opperste Romantiek en is het niet uiterst koddig kunstenaars naar objectieve niet-romantische kunst te zien streven? Al is dat misschien een ultiem romantisch streven), dat is waar mijn werk uiteindelijk ook om draait. Dit is iets waar ik ook in strips toe had kunnen komen, ware het dat ik niet tegen dat eindeloze repeteren kan. In ieder geval niet als ik het zelf moet doen. Laten we wel wezen: het huis van de kunst kent vele kamers, waarin strip & schilderij, poëzie & sculptuur, hiphop & merengue allen dezelfde gang delen.

Verhalen vertellen is wat ik graag doe. Ik lees ze ook graag en zoek naar een verhaal in wat ik observeer. Alles leent zich daarvoor, maar sommige verhalen worden te abstract, te non-figuratief. Wij zijn er geen deel meer van. Dat zijn de geheime verhalen, de verhalen die boven ons uitstijgen en als een fijn netwerk van verbindingen onder de andere verhalen liggen. Mensen als Donald Judd herleiden het verhaal tot zijn atomen en tonen die ons. We lachen erom, we fronzen in ergernis, zijn verbluft over zoveel lef, maar hoeveel van ons zien daar uranium, helium en hydrogenium en hoeveel van ons weten hier het verhaal uit op te bouwen? Meestal gaat zulke kunst hand in hand met een lange uitleg. Het staat te ver van ons af, zulk elementair vertellen. Met woorden gebeurt dit ook, maar spaarzaam. Voor elke 100 Donald Judds is er 1 schrijver. In stukken van Finnegans Wake, van Lucebert, Lucas Hüsgen of Samuel Vriezen vinden we deze elementaire delen terug, maar vaak gaan ze gebed in een soort van narratief. Een plaatje zegt niet meer dan duizend woorden, het vertelt een geheel nieuw verhaal. Waarom men beeldend met de totale abstractie verder komt dan met woord blijft natuurlijk een interessante vraag. Misschien is dit wel omdat we om een beeldend werk heen kunnen lopen (of er langs), er misschien op kunnen zitten en er tegen aan kunnen praten, waardoor er nog zoveel meer communicatie mogelijk is. Deze verhalen zijn niet slechter dan andere, maar voor mijn praktijk mist er toch wat. Het is alsof ik de ingrediënten en het recept krijg, maar het koken zelf moet doen. Ik heb plezier aan dat koken, maar zelf zet ik graag verhalen op tafel met iets meer. Als een Indiase kok op LSD gooi ik ingrediënten op het doek, in de hoop dat het iets wordt. Het begon bescheiden en megalomaan tegelijk. Er was de hoop een breuk te helen of misschien een ravijn te overbruggen, tegelijk ging het enkel over mijn besognes. Naarmate ik meer bezig raakte met de kunst raakte dat autobiografische enigszins zoek, al blijft het overal sterk doorschijnen. Het is nu een van de elementaire deeltjes geworden waar mijn beeld uit is opgebouwd. Door de aard van mijn interesse wordt alles een verhaal, maar elk medium is daar geschikt voor en ze inspireren elkaar ook. Tegenwoordig span ik mij meer in voor proza, wat voor zich zou moeten spreken. Kon ik het maar bij één ding houden, kon ik maar enkel schrijven, dichten of schilderen, maar in het verhaal zijn ze allen even belangrijk.

Dit stuk gaat dus voornamelijk over het schilderen en mijn ‘beeldverhaal’. Tot nu is er sprake van zo’n dertien perioden, met ieder als uitgangspunt één die vrijwel naadloos volgt op de vorige periode. Er zit weinig repetitie binnen de perioden en soms spelen deze zich grotendeels met andere middelen af (doch geen tekst pur sang) en niet in olieverf, wat mijn normale materiaal is. Een thema wordt aan de hand van enkele motieven uitgewerkt en als er vrede mee is, als ik het gevoel heb genoeg verteld te hebben, als mijn leven verandert, als ik meer weet over mijzelf en over de schilderkunst, dan schuiven we door naar de volgende periode. In de komende maanden wil ik graag deze schilderijen en schetsen met jullie op Facebook delen, chronologisch, begeleid door een kleine uitleg, misschien zelfs van een manifestje of twee. Uiteindelijk moet dit alles op mijn website een meer permanente, toegankelijke en overzichtelijke vorm vinden. Ik zal in dit blog hiervan beknopt getuigenis geven.

4 opmerkingen:

  1. goed stuk. zonder meer. mijn eigen persoonlijke aanvoelen omtrent de 'manier van gaan', de attitude die een eender wat voor kunstenaar zich eigenmaakt, ligt momenteel bij dennis om gelezen te worden, of doorzwoegd, want verder dan een heuse cirkelvormige stream mof consciousness van 150 paginas ben ik nog niet geraakt ; er wordt dus aan een antwoord gewerkt. Op belgische termijn :D

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Spannende inleiding, caballero. Mijn favoriete stukje: "Misschien als ik dood ga, zo’n beetje vlak voor de laatste ademhaling, krijg ik een inval en valt alles samen, al die aarzelingen en al die noden, al die stappen ondernomen en misschien snap ik dan waar ik op heb gejaagd als een roedel wolven in de steppes van Gogols Rusland." Puur leesgenot! Bovendien deel ik dit sentiment met je, zoals mogelijk ook alle kunstenaars waar dan ooit!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Inderdaad, 3de alinea vind ik het leukste om te lezen:"Ik zou niet kunnen vertellen wat het precies is dat ik probeer uit te drukken, kon ik dat wel dan was het misschien niet zo’n uitdaging" :)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Wow, prachtig! Een zeer boeiend persoonlijk verslag waarin je een diepere kijk geeft op jouw werk en de diepere betekenis. Jij weet de juiste woorden te vinden voor de dingen die ik ook voel. Een genot om te lezen.

    BeantwoordenVerwijderen