woensdag 5 mei 2010

Beeldverhaal: hoofdstuk 3 – Poort naar waar (1995-97)

Hoewel men de gedachte zou kunnen krijgen dat mijn beeldverhalen ontstaan uit een idee is dit meestal niet het geval. De schepping van een nieuw schilderij gaat er meestal aan vooraf, dat dan de gedachtentrein aan de gang zet en een opeenvolging van beelden en ideeën schept dat dan weer een verhaal maakt. Zo ging het zeker met mijn afstudeerproject Poort naar waar.

Ik maakte dus een poort vol vage vormen, in een stijl geïnspireerd door een eerder project waarin ik bezig was met Keltische kunst. En toen kwam het idee. Ik wilde dat de kijker in de vage vormen dingen zag en in het vlak in het midden zou dan een soort van rust komen, een mythisch een-zijn. Ik was ooit gegrepen door een verhaal van Allen Ginsberg over een ervaring met een schilderij van Cézanne (een van zijn Mont St. Victoires) waarin de aaneenschakeling van lijnen en vierkantjes hem meesleepte naar een soort van totaal nulpunt waar alles in het schilderij om draaide. Ik denk te weten dat Cézanne geen mystiek botje in zijn hele lichaam had, maar heb dit mystieke verdwijnpunt ook geobserveerd in enkele andere van zijn werken.

Ik moest een afstudeerproject ontwikkelen. Er moest een punt achter de opleiding worden gezet. Een opleiding die grotendeels in een roes van drugs en, welja, honger was geleefd. Vage dingen, vage mensen, vage gedachten. Het zwaard verhitten en er steeds harder op slaan tot het onbreekbaar en flexibel was, dat was het beeld van mijn geest dat ik in die tijden had. Het was ook de tijd van het zoeken naar mijn verhaal. Miller & Burroughs hadden een verhaal en ik wilde er ook een hebben. Misschien zoekt iedereen in zijn en haar leven wel naar een eigen verhaal. Ik had het gevonden, dat was duidelijk, maar de manier waarop was niet duidelijk. Alles aan mij stond open en uit die openingen blies een stomend hete wolk van onbekende aard. Mensen om mij heen werden verschroeid en ik mag best zeggen dat er ook enig leed aan mijn kant bij kwam te kijken. Poort naar waar was niet enkel een mystiek nulpunt in de drukte, maar ook de weg die deze etherische stoom volgde. Eigenlijk gaat het alleen om de verschillende Poorten, maar ik besloot ook het land erachter vorm te geven, allemaal in datzelfde kronkelige, felgekleurde Jugendstilschrift. De vorm werd nooit echt vloeiend of uitnodigend. Ik bleef de vlakken maar overdoen en verstillen in de gedachte dat ze zo een prachtige harmonie zouden vormen, maar alles eraan versteende. Gelukkig vonden de leraren het goed genoeg en mocht ik weg. Nog een jaar school had me vast gek gemaakt. Bij de derde Poort rookte ik twee jointjes vol zwarte hasj achter elkaar, merkte dat het werkelijk geen ene zier meer toevoegde aan mijn creativiteit en stopte met roken. Zowel van hasj als van sigaretten. Waarom zou je nog sigaretten roken als je geen hasj meer gebruikte? Sander Tuijp had gehoopt dat we samen op het Demorfisme zouden afstuderen en ik denk dat deze keuze van mij hem geen plezier deed. Het –isme was ten einde, de Poort wachtte.

Het einde van school maakte niet dat ik stopte met de Poort. Mijn eerste atelier in DeClerqstraat werd al snel gevolgd door het grote avontuur in Atelier Zeezicht waar mijn longtime buddy en bondgenoot Marco Rump zich verschanst had in een zeer levendige gemeenschap. Ook een andere klasgenoot, Norm Bleac, zat daar. Ik pielde nog wat aan met allerlei Poort-oplossingen, maar de geest zat er niet echt meer in. Op het laatst maakte ik zelfs twee geometrische versies, als om aan te duiden dat de ratio het weer geheel had overgenomen. Misschien was het gebrek aan drugs hier de oorzaak van of misschien was het idee wel uitgekauwd. De weg verder was niet duidelijk, terwijl het leven in Atelier Zeezicht de heerlijkste en mafste vormen aannam.

Hier te zien: De eerste drie poorten nog gemaakt op school. Brug der verdoemden. Kerk van de waanzinnige liefde. Het woud van compassie. Droomvogel, over een meisje waar ik zo intens verliefd op werd na een droom waarin ze als vogel verscheen. Vollemaandans 1 & 2. Alesia. De dronken stad. Maanvanger en een nieuwe versie. En dan wat zaken van na school, nieuwe poorten, De paddestoelen. Waar heerst. Vele schetsen. Een poging Poort naar waar commercieel te maken. Ik was zelfs bezig met het verzinnen van een t-shirtlijn! De vierkante poort. Waar heerst – tryptiek, het laatste dat nog serieus als Poort naar waar te beschouwen is, waarin de techniek eindelijk vloeiend en suggestief genoeg is zoals het altijd had moeten zijn. Het leek een nieuw begin, maar was dus een afsluiting. Nog een schetsje naar aanleiding van mijn India-reis met toch een poortje, deze keer van bomen en met een truck die op ons afkomt. Geen rust meer, geen mystiek over. Het echte leven riep en sloeg met stalen hamers op de wanden van mijn hoofd.

Meer schilderijen te vinden op ozymantra.nl





















Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen