woensdag 12 mei 2010

Beeldverhaal hoofdstuk 4 – Amuletten – (±1997)

Het is vast te zeggen dat ieder mens wel eens twijfelt aan zijn of haar plaats op aarde en dus ook de kunstenaar en zo ook ik. Het lastigst voor de kunstenaar is misschien wel dat wat we doen voor onszelf is, omdat we het leuk vinden, omdat we niets anders zo goed kunnen of omdat we hopeloze dromers zijn, maar dat de maatschappij vaak denkt weinig aan ons te hebben. Wat is het nut van kunst, wordt maar al te vaak gevraagd. Voor een schilder komt daar nog het probleem bij dat deze geld, tijd en ruimte nodig heeft. Het is een veeleisende hobby, als het al een hobby te noemen is wanneer men er dag & nacht mee bezig is. Nou ja, ik zag eens een man met een huis volgestouwd met Simpson-prularia en daar zou hij ook vast dag & nacht mee bezig zijn. Maar scheppen uit het niets is iets anders dan het verzamelen van iets. Een kunstenaar verzamelt indrukken, momenten, gevoelens, gedachten, overwegingen, alles dat immaterieel is, om dat op de een of andere manier te laten materialiseren. Rangschikking, vormgeving, opsomming, al dat soort woorden zijn maar een onderdeel. Daar komt natuurlijk bij dat school stopte/gestopt was (vergeef mij onheldere momenten in de herinnering) en dat ik bovendien een leefstijl van jaren (vooral wiet en wat LSD/paddestoelen) moest ombuigen. Ik twijfelde hevig… Ik nam nog eens een tripje, deze maal in IJmuiden en stond daar achter een bosje, uit het magnifieke industriële licht, kleine cirkeltjes lopend, met in gedachten mijn leven. We hadden de zon onder zien gaan als een schijf van roodkoper in een zee van gesmolten lood. Mijn vriend had zo zijn eigen demonen om mee te spelen, maar ik overdacht, oh, wat overdacht ik veel. Het leek zo logisch. Schilderen en dat soort zaken waren onzin. Niks voor mij. Ik moest maar stoppen, want ik kon er toch niets van. Geen van deze gedachten voelden bitter aan. Het was een pure, vrolijke, rustgevende beslissing. Het spel was gespeeld, de dag was voorbij, het was tijd voor de echte wereld van mannen en vrouwen met bescheiden doelen en verlangens. Ik zou stoppen met schilderen. Ik zat in een roes in de tram naar huis, een afgeleefde zolder op de Jan van Galenstraat. Ook dat zou voorbij zijn, het leven in tekorten. Ik zou beschaafd mijn geld gaan verdienen. Anyway, thuisgekomen zag ik dat doek op de ezel, dat doek waar ik al dagen of misschien wel weken mee bezig was geweest, en begon er op mijn gemak aan. Ik deed dingen met olieverf die ik tot dan nooit had gekund of gedurfd en alles ging zo makkelijk en relaxed als in een droom.

Ik noemde het schilderij ‘Bondgenoot’, naar bepaalde wezens uit het tweede Castaneda boek (daar was ik best van onder de indruk geraakt, het abusievelijk voor echt aanziend) en het werd het eerste doek van een serie amuletten. De gedachte was tegenovergesteld aan de Poort naar waar. In plaats van een leeg midden met vaagheid eromheen werd het een vaag kronkelen temidden van leegte. Het waren de objecten die ik uit Waar had gehaald. Magische amuletten om ons te beschermen tegen bedreigingen van de echte wereld.

Te zien hier: Bondgenoot, De gesloten ego I & II (toch een soort zelfportret), onderwatergeest, Rituelen, Losgebroken, Dat wat in je ooghoek zit en enkele schetsen uit mijn schetsboek van die tijd.

Meer afbeeldingen op ozymantra.nl

















4 opmerkingen:

  1. Je suis unter den Eindruck!

    Ciceron

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Mooi gedaan knul, gaat zo voort en wordt wat.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik begrijp er helemaal geen ... van.
    Maar ik vind het mooi

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Wij mensen hebben de neiging onze eigen gedachten als de absolute waarheid te zien en vergeten dat ze vernietigende gevolgen kunnen hebben...
    Maar gelukkig is er bij jou mooi werk uit voortgekomen!

    BeantwoordenVerwijderen