donderdag 13 mei 2010

Beeldverhaal Hoofdstuk 5 - De grotestadslyriek – 1997-98

Met de amuletten was ik zo ver mogelijk weg van het verleden als voor mij mogelijk was. Dat ik al in geen jaren meer mensen had afgebeeld was een beetje in de angst voor striptekenaar uitgemaakt te worden. Mijn kunde bij bijvoorbeeld modeltekenen werd vaak enigszins neerbuigend verklaard als dat ik al ervaring had met strips. In tegenstelling tot wat ik dacht was ik niet veel schilderachtiger geworden. Mijn verfbehandeling had een unieke niet aan strips noch aan kunst gerelateerde eigenschap gekregen. Kleur was gevoel, maar ook symboliek, ervaring en herinnering. Vlak en structuur waren alleen afhankelijk van mijn gevoel en mijn ingeving, maar niet noodzakelijk van wat ik ‘mooi’ vond. Ik gebruikte geen lijn want dat zou teveel strip worden. Ik tekende geen mensen of mensendingen om dezelfde reden. Ik tekende geen ruimte, maar suggereerde die door kleurverschillen. Sommige kleuren komen dichterbij, andere staan verder van ons af en dat was hoe ik diepte schiep. Daar was ik heel puristisch in.

Norm Bleac en ik waren uit Zeezicht naar een ander atelier verhuist in het Juliana Ziekenhuis bij de Kinkerstraat aan de Bilderdijkkade. Ateliergebouw Zeezicht (bij het IJ in Oost) was een fantastisch avontuur geweest, waar elke schoolverlater enkel van kan dromen. We hadden een atelier naast elkaar en speelden elke dag schaak. Ik raakte betrokken bij het bestuur, was deel aan het afzetten van het bestuur en mocht me vervolgens bestuurslid noemen. We organiseerden enkele legendarische feesten, bouwden met zijn allen in een dag een bar en ik hield ook nog eens een toespraak waar men sprakeloos van was. Good times! Maar omdat het gebied ontwikkeld zou worden, men wilde de grond gebruiken voor rijkere huurders en onze alternatieve plannen werden niet gewaardeerd, moest iedereen een nieuw plekje vinden. Via via geraakte ik in het Juliana Ziekenhuis (waar ook mijn toekomstige vriendin woonde) en vroeg of Norm mee wilde.

Natuurlijk klooide ik nog wat aan met de Poort naar waar en met de amuletten, maar eigenlijk wilde ik iets nieuws. Een leraar op de Witte Lelie had me eens de Grotestadslyricus genoemd omdat ik allerlei spookachtige constellaties van Amsterdamse grachtenpanden als achtergrond liet figureren. Ik wilde af van al dat mystieke zweven. Ik voelde een oprecht verlangen de wereld om mij heen op te nemen en weer te geven. Mijn kompaan maakte de mooiste vreemde schilderijen van heel landelijke uitzichten en vierkante manen en ik wilde verder. Alcohol als enige drug liet me niets anders dan verrukt te raken over de schoonheid van een drukke zinderende stad brandend in de heerlijkste zon die ik sinds mijn kindertijd had mogen aanschouwen. Ik probeerde nieuwe manieren te vinden om mens, ruimte en idee uit te beelden. Ik voelde mij uitgedaagd en gestimuleerd frisse eigentijdse beelden te vinden en te delen.

Hier te zien: De zinderende stad (met nog steeds een spoor van de Poort naar waar in de grote gele leegte boven de mensen), De vogel en de stad (met een zelfportret van achteren, zittend aan de kade en in het midden het Juliana Ziekenhuis zelf in grijs & wit), Een mooie dag, Zijn gade, Red Light Geisha (voorstudie en voorafschaduwing naar een heel andere fase), De vroege ochtend (gedeeltelijk geïnspireerd door Marco Rump’s schildpad), Hete zomer I & II + wat schetsen.

Voor meer afbeeldingen ozymantra.nl.















Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen