zondag 30 januari 2011

De groep - deel 7

In de tijd dat ik nauwelijks enig contact had met anderen en bovendien zocht naar mijn plaats in het leven gingen allerlei historische figuren een steeds belangrijkere rol spelen. De kunstenaars, striptekenaars, muzikanten, schrijvers en dichters die ik het meest bewonderde werden de lat waar ik mijn moraal en aspiratie tegen legde. Het werd de groep waar ik meer en meer toe ging behoren. Mijn gezelschap was niet geplaatst in het heden, maar in de tijd. Ik wist dat ik er alles aan zou doen om een plaats tussen hen in te nemen. Dit klinkt overmatig pretentieus en overmoedig, maar ik zag het eerder als het bescheiden verlangen ergens toe te behoren.

Het grappige aan mensen die je enkel door hun werk kent is dat je geen dialoog met ze kunt aangaan. Zij vertellen, jij luistert en denkt erover na. Vervolgens ging ik ze imiteren in de hoop een eigen ding te maken waardoor me bij hen kon scharen. Ik ging er vanuit dat ze me zouden accepteren. Je leert ze steeds beter kennen en daardoor worden ze menselijker, echter en de tijd waarin ze leefden wordt dat ook. Waar ik vroeger dacht dat ze zo magisch tot de wereld kwamen als tot mij zie ik nu de hand van de poortwachters rond hen. De paladijnen aan de poort van eeuwigheid. De bewonderaars en de kleine oplichters, de kenners en de hoge neuzen. Geen was verder gekomen als niet één van hen had gezegd: Ja, jou wil ik, jij bent uitgenodigd voor het grote banket.

De kennis dat veel van hen hebben moeten schreeuwen, smeken en slijmen om maar een picogram van hun werk aan de wereld te mogen laten zien, mensen wiens serene en onwereldse indruk nu nog kleeft aan de binnenkant van mijn schedel, heeft mij doen schrikken, maar niet afgeschrokken. Het beeld van een William Blake die achter zijn rug werd uitgelachen is mij altijd bijgebleven. Triest hoe iemand met zoveel overtuiging, zoveel ernst en urgentie, nauwelijks serieus werd genomen. Hij was niet modieus genoeg, kunnen we nu zeggen. De meeste mensen zullen denken aan Van Gogh als ik zoiets vertel, maar die boeide me vroeger niet. Nu ik zijn brieven lees rijzen de haren op mijn rug. Wat een lef, wat een onwerelds doorzettingsvermogen en wat een kansloos pogen. Gelukkig dat de meeste kunstenaars het uiteindelijk recht breien en hun leven ook met kind en rijkdom kunnen delen, misschien ondanks hun aard.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen