maandag 31 januari 2011

De groep - deel 8

Nog voor dat ik interesse kreeg in kunst, nog in de tijd dat ik meestal optrok met maar één vriend, gingen die vriend en ik een tijdschriftje maken en ontmoette ik zo heel veel nieuwe mensen. Het leek wel een groep om toe te behoren. In het begin plaatsten we alleen werk van ons en enkele schoolgenoten, waaronder een leraar, maar bij het tweede nummer kwamen we in contact met een ander blad waar we tekenaars van stolen. Ik kreeg een half bierviltje binnen van een jonge tekenaar met de simpele boodschap ‘Ik wil een strip voor jullie tekenen’ of iets van die strekking.

De redacteur van dat andere blaadje was zo vreselijk enthousiast over ons initiatief (de meeste van zijn tekenaars waren slechter dan de onze, als dat al mogelijk was) dat hij een fusie voorstelde. Dat leek ons geen slecht idee, maar het leek toch een nog beter idee als we de krenten uit de pap haalden en de rest lieten zitten. Helaas verplichtten we ons ook hem te publiceren en helaas kon hij tekenen noch schrijven. Nou ja, jong en enthousiast was hij, dus op een dag zou dat wel goed komen. Mijn vriend en collega-redacteur was er ook niet geheel van overtuigd te kunnen schrijven of tekenen. Het was meer het enthousiasme en de liefde voor strip die ons dreef. Hadden we dan voor niks het motto ‘Alles mag, alles kan’?

Ik zat uren aan de telefoon; pratend, smekend, argumenterend, biechtend, lachend, veroordelend. Gelukkig hoefde ik die gesprekken nooit te betalen. Mijn moeder deed dat. Die telefoonhoorn zat permanent vast en ik denk dat er geen betere vriend was. Het is niet alsof ik begreep wie die ander was, maar iets of iemand reageerde op mijn woorden en deed in ieder geval alsof wat ik zei er toe deed. We waren virtuele vrienden voor internet zo sociaal werd. Toen ik enkele kon bezoeken, vooral dankzij Pim Fortuin’s uitvinding de OV-jaarkaart voor studenten, was het altijd een bijzondere gelegenheid. Niemand zag er uit zoals door de telefoon beleeft en de meeste vielen toch enigszins door de mand. Wat ons bond was het blad en een liefde voor strips, een nood om ons te ontwikkelen en te presenteren. Wat mij afsneed was een behoefte aan grotere complexiteit en fijnzinnigheid, een zicht op de eeuwigheid en de totale vrijheid. Met de mederedacteur en de biervilttekenaar ben ik nog steeds bevriend.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen