dinsdag 4 januari 2011

De hindoegodin-cyclus III


Het koude huis


Het is koud in de kamer
Zo koud als er lichamen te tellen zijn
Zo koud dat gebrilde ijsberen uit hun wak kruipen
De wasbak zelf ligt te kraken van kristallen zeepbellen
Laten we wel wezen, het is koud in mijn kamer

Het exacte moment van de dood is niet vast te stellen
Misschien gebeurde het tijdens de wijn
geschonken uit een fles zo hard als een hart
waar de momenten opgeslagen werden
Aan gruzelementen genoeg

En het zal wel zijn wanneer de winden van methaansneeuw
uitgeraasd flinters giftig ijs laten
de kromming van mijn herinnering volgend
want die geur is niet meer uit het vest te halen
Zij blijft daar plakken, bruine bloem van ver

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen