vrijdag 26 augustus 2011

Het onverwachte

‘Ik had u niet verwacht, meneer.’ ‘Dat hoor ik vaker.’ Liever had ik dat hij een afspraak had gemaakt, maar zulke dingen kan men niet voorzien. Dat is nou eenmaal het probleem. Ik was er wel van uit gegaan dat hij zou komen, maar niet zo snel. Misschien had het met het weer te maken. Al die duisternis maakt tot zwarte vooruitzichten, maar toch blijf je hopen. Ik dacht eigenlijk dat er meer tijd zou zijn om te doen wat ik wilde. Nog zoveel dromen zijn niet uitgekomen. Er stond nog zeker een reisje gepland naar de Verenigde Staten. De vorige keer was ik een heel leuk meisje in New York tegengekomen en we hadden wat. We dachten dat we elkaar snel weer zouden ontmoeten, maar van alles kwam daar tussen. Het is een belofte die niet wordt ingevuld.

Ik leef alsof elke dag de laatste is, zei iemand eens tegen iemand anders. Ik kende ze beide niet, maar moest evengoed een beetje lachen. Tja, als je dat kan, als je elk moment die energie kan opbrengen dan zou ik dat maar doen. Ikzelf leef soms een beetje als in een droom. Toekomst en verleden hebben de neiging door elkaar te lopen in het heden. Alsof je twee films tegelijk speelt. Het maakt dat wat ik hier in het nu zie een beetje vaag oogt. Soms wandel ik door de stad en wordt dan weer wakker. Ik kijk naar de gebouwen, de mensen, de dieren, de koopwaar en planten, met de blik van een zuigeling. Alles is even aantrekkelijk en nieuw. Maar na verloop van tijd ga ik toch denken over een vriend van vroeger of over wat ik die avond wil doen. Dan schrik ik op van een aanstormende tram.

Je weet inderdaad niet wat er staat te gebeuren. Soms denk je daar wel eens aan en dan bekruipt het ongemakkelijke gevoel geheel alleen in het luchtledige te zijn, zonder zicht op wat er achter gebeurd. Zenuwachtig kijk je om je heen. Is daar wat? Wie is dat? Wat kan ik van jou verwachten? Ben jij te vertrouwen? Moet ik niet beter opletten? Hoe staat het met de rekeningen? Hoe staat het met mijn ouders? Ze krijgen toch niet plotseling een heftige ziekte? Heb ik het fornuis uitgezet? Staat mijn geld veilig op de bank? Oh, god, wat als de economie echt ten onder gaat? Maar hij klopt vanzelf eens op die deur, daar kan geen radeloze gedachte ook maar ene jota aan te doen.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen