maandag 15 augustus 2011

Moreel vacuüm

Toen Nietsche een karakter in zijn boek liet zeggen dat God dood is dacht hij te weten wat dit zou inhouden. Elk soort van moreel kompas zou voor de mens verdwijnen. Alleen het recht van de sterke zou nog gelden. Hij ging er van uit dat deze sterke een soort van adel zou hebben, maar medelijden en compassie zag hij als verderfelijk en te Christelijk. De grap is natuurlijk dat God geheel niet dood is, maar nooit heeft bestaan. Zover ik begrijp is het een constructie waarin al het spirituele van de mens is gegoten. Een verpersoonlijking van onze spirituele band. Een projectie naar buiten van wat in ons zit. Als God nooit heeft bestaan komt al het kwaad uit onszelf, maar veel mensen vergeten dat al het goed ook uit ons komt. Helaas bekijken veel mensen dit ‘goed dat uit mensen zelf komt’ met argusogen. Uiteindelijk is het toch maar egoïsme en eigenbelang dat al dit ‘goed’ drijft. Er zou geen pure goedheid zijn zonder God of hoger ideaal.

Net als dat het ‘kwaad’ uit ons wordt opgeroepen wordt door een buitenwereld die ons hiertoe verleidt, zo komt het ‘goede’ uit ons door stimulans van buiten. Maar wat is dit buiten? Is dit Satan, is dit God? Is er iets van buiten dat ons oproept de wereld te redden of te vernietigen? Het lijkt mij zelfbedrog. Alweer projectie. Als er geen God of duivel is, dan komt die verleiding niet van buiten de mens, maar uit de mens. De mens is zowel geneigd tot het goede als het kwade en factoren van buiten (familie en de maatschappij) en van binnen (genetica et cetera) zullen hier invloed hebben. Vaak in tandem. Ik heb het hier niet alleen over een mens als individu, maar zeer nadrukkelijk als onderdeel van het mensenras/soort/dier. Het mensje. Een oneindig gecompliceerde heen en weer spraak tussen verschillende individuen die genetische en soortelijke neigingen overeenkomen met allen. Ieder een eigen kleine benadering van het grote waar ze deel aan hebben.

Egoïsme en eigenbelang kunnen bekeken worden als op zichzelf staande grootheden, in het verlengde van de zeven zonden. Werkelijk bestaande, buiten onszelf opererende wezens waar al het kwaad vanaf komt en die onze wereld infecteren waar we ook maar kijken. We kunnen ons ook bedenken dat ze net als God en de duivel projecties naar buiten zijn en gevoelens zijn die we nou eenmaal als mens delen. Als je ze afmeet tegenover de hemelse grootheden van altruïsme en maatschappelijk belang lijken ze vreselijk kwaadaardig. Als je bedenkt dat ze net als die laatste twee gewoon onderdeel zijn van onze psychologische en fysiologische make-up dan zijn ze eigenlijk vrij gewoon en wordt er alleen van een mens gevraagd er rekening mee te houden hier niet altijd voorrang aan te geven, maar om ook geen overmatige schuld te voelen. Tenzij. En die tenzij is best erg belangrijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen