zaterdag 17 september 2011

De stilte van geluid

De enige tijd dat je hier in de stad stilte hebt is zo rond zeven uur op een zondagmorgen. Dan het liefst nog ergens in de herfst, wanneer het regent. Meestal is het dan niet een erg sterke regen, meer een beetje mot. Het regent in dit land niet zo vaak hard om zeven uur in de ochtend. Misschien verandert dit wel met het doorzetten van wat we tegenwoordig de Opwarming Van De Aarde noemen, al heb ik een voorkeur voor Global Warming. Zoals gewoonlijk hebben de Amerikanen weer de meest aansprekende naam bedacht. Maar die stilte, die is in een stad als deze zo’n beetje altijd afwezig. Ik was vroeger best vaak op de straat rond zeven uur zondagochtend en dat was om de Studenten Ecclesia in de Rode Hoed op te bouwen. Dat was de organisatie van Huub Oosterhuis. Die zit tegenwoordig ergens anders. Het kerkelijke verzamelen veroorzaakte natuurlijke alweer snel drukte, maar zondag rond elf is de stad toch al verbazingwekkend druk. De kerk waar ik tegenwoordig werk, de Oude Kerk, werd door onze oud-directeur nog eens opgehemeld als in het bezit van de oudste stilte van de stad. Het is daar ook verbazingwekkend rustig als er niemand aanwezig is. Dat terwijl het staat in een van de drukste stukjes stad die er zijn, de Rosse Buurt. Overigens ben ik niet gelovig. Het is toeval dat ik bij zoveel kerkelijks werk.

Het afwezig zijn van elk geluid kan verontrustend zijn. Ik was eens in een bijna geluidsdichte opnameruimte van ene vriend. Dat er geen enkel soort van echo was voelde heel vreemd aan. Alsof de lucht dood was. Geluid is dan ook lucht die beweegt en vervolgens trilt tegen je oor en dat ding daar binnen en dat is dan blijkbaar geluid. Als de lucht niet zou bewegen zouden wij nooit worden gehoord. De bedoeling van zo’n opnameruimte is dat lucht wel beweegt, maar niet kaatst. Geabsorbeerd wordt het, ja, de lucht wordt stilgelegd nadat het is geproduceerd.

Ik was eens in India in de natuur in totale duisternis met alleen de sterren en de bomen en verder helemaal niks niemand nergens maar waar dan ook en die stilte was zo intens. De lucht was dan misschien niet dood en kon kaatsen tegen elke boom, maar het was stil in mijn hoofd. Misschien waren er wel drukke beestjes overal die kleine geluidjes maakten, maar in mijn hoofd gebeurde er niks. Er bewogen wel gedachten heen en weer, maar ze hadden geen substantie. Het was net alsof mijn hersenpan een geluidsdichte kamer was geworden. Dat is ook waar het echte rumoer bij ons plaatsvindt: in ons hoofd. Ik vond het afwisselend plezierig en heel verontrustend. Jezelf niet meer horen is toch ook een beetje doods, maar wel rustig.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen