woensdag 21 september 2011

Zelfreflectie

Gisteren zag ik drie jongens, allen met camera’s, goed gekleed en tassen op de rug, een trap in de kerk fotograferen. Iedereen had zo zijn eigen smaak. De ene schoot vanuit de naaf naar boven, de ander probeerde een overzicht van iets verder, een derde deed omgeving & trap. Het is een prachtige wenteltrap van oud bruin hout. Zeer bijzonder om erop te lopen, maar ook prachtig om te zien. Toeristen kunnen er niet op. Je kan er het handwerk van aflezen. Toen kwam dingen nog niet direct uit de fabriek! Hebben we nog steeds zulke timmermannen? Ze deden een dansje. Niet een letterlijk dansje, maar ze namen elkanders plaats over en weer over. De ene met het kleine baardje ging acrobatisch omlaag hangend in de naaf, de ander nam daar een overzicht van; de derde besloot ook een grafsteen bij het spektakel te betrekken. Om het af te ronden werd er geposeerd. Eentje stond klaar voor zijn foto en nam die van de volgende, etc.

Iedereen was even belangrijk, zowel de fotograaf als het model. Iedereen maakte dezelfde foto’s en men wisselde zelfs camera’s uit. Behalve wat ze in hun eigen hoofd hadden was er geen verschil tussen de jongens. Ze leken zelfs enigszins op elkaar. Allen beantwoordden aan het moderne ideaal van de man: slank & gespierd, een beetje ruig; maar niet te, ontspannen gekleed; maar niet te. Het was een soort Droste-effect ter plekke, waarin de camera de spiegel was van de volgende camera van de volgende camera van de eerste camera. Een gesloten systeem. Allen individu en allen met eigen esthetische idealen. Ze polijstten zonder probleem elkanders ego omdat ze wisten dat de ander dat voor de één ook zou doen.

Met elke nieuwe foto die werd gemaakt, met elk nieuw idee dat ze van elkaar overnamen verminderde de waarde van de individuele foto’s en ideeën. Het werden kopieën van kopieën van kopieën. Bij elk klikje van de sluiter kreeg het afgebeelde minder glans. Ze waren blij met de ervaring. Ze voelden zich een groep. Het was niet zo belangrijk dat ze elkaar imiteerden. Dat was eerder een bevestiging van hun eenheid. Ze vonden het plezierig om ieder de macht over de camera te hebben, over hun eigen camera, maar wat er werd afgebeeld was niet van belang. Ieder van hen regisseerde zijn eigen leven dat als twee druppels leek op dat van zijn vriend. Samen maakten ze duplicaten van duplicaten van duplicaten. Er was geen leider, er was geen genie, er was niemand die aangaf wat de maatstaf was. De enige die niet aan dit spel van zelfbevruchting meedeed was de eeuwenoude wenteltrap.

foto's door Daniel Bras, de Oude Kerk te Amsterdam

1 opmerking: