woensdag 5 oktober 2011

De ernst van de situatie

Het is iedereen vast opgevallen dat we een hoop problemen in de wereld hebben. Ik zou er een opsomming van kunnen maken, maar je hoeft enkel de krant te openen, de tv aan te zetten of op internet te kijken om te zien waar ik het over heb. De wereld danst langzaam naar een mogelijke afgrond toe, maar we weten niet hoe groot die afgrond is, hoe diep of dat we misschien al bezig zijn met vallen. Is alles nog op te lossen, kunnen we er iets aan doen, of is het hopeloos en is het tijd voor een feestje want na ons de zondvloed?

Maar deze problemen zijn mijns inziens niet het echte probleem. Veel ervan is buiten onze macht om er iets aan te doen en het zou toch gek zijn als we denken door te posten op Facebook, door brieven te schrijven naar krant of tv we daar echt iets aan kunnen doen. Op een bepaalde manier komt dat over als het afkopen van onze zorgen. Iets in de wereld geeft een onprettig gevoel, we reageren en kunnen verder met het leven. We hebben tenslotte genoeg te doen en kunnen ons toch niet overal de hele tijd zorgen over maken.

En er zijn altijd redenen om verantwoordelijkheid over wat er gebeurd uit de weg te gaan: je bent het niet eens met de analyse, het is zo ver van mijn bed, iemand anders lost het wel op, we gaan toch naar de hel want daar horen we thuis, zij hebben het gedaan dus zij lossen het maar op, ik heb al nauwelijks genoeg tijd om mijn eigen problemen op te lossen, de wereld is te groot voor mij, ik doe toch mijn best want ik ben een lief mens, negativiteit helpt niet, positiviteit ook niet, ze gebruiken de verkeerde woorden dus ik kan ze niet serieus nemen, er is teveel te doen en ik leef maar 1 keer, iedereen moet voor zichzelf zorgen en natuurlijk moeten we allen vooral veel tijd besteden aan geld verdienen voor dak, voedsel, kinderen, vakantie, iets leuks, noem maar op. Ik heb vast een paar excuses vergeten, maar laat dat vooral een excuus zijn om de ernst van de situatie uit de weg te gaan.

We leefden tot voor kort in de rijkste tijd ooit. Nog nooit had de mensheid zoveel luxe en zoveel mogelijkheden. Niet dat iedereen er in kon delen, maar dat is nooit anders geweest. Nu was het mogelijk voor grote delen van de wereldbevolking om te leven als de aristocraten en plutocraten van vroeger. Een leefwijze is ons in het westen eigen geworden die men zich vroeger nog niet eens kon dromen. Iedereen kan reizen naar de andere kant van de wereld, plastische chirurgie is voor de meeste binnen handbereik, schoon water voor de massa, medicijnen voor elk kwaaltje behalve de dood, veiligheid voor de werknemer, uitbanning van agressie uit de openbare ruimte, noem maar op, reizen in de ruimte. We hebben kunnen leven als gegoede burgers in een uitermate luxe maatschappij. We zijn er met die luxe vandoor gegaan als verwende kinderen en vervallen tot puur hedonisme en decadentie. Al die rijkdom hebben we vrolijk over de ruggen van de armen in andere landen verkregen, maar dat kochten we af met ontwikkelingshulp en de plichtmatige uitroep ‘dat het allemaal verschrikkelijk is’ daar in die andere landen. We kregen het zelfs voor elkaar onze eigen wereld te beklagen dat het nog niet rijk, veilig, spannend genoeg was. Ach, wat was het hier eigenlijk verschrikkelijk. En nu is het voorbij. Of was het al voorbij? Vallen we al in die afgrond? Zo niet, hoe lang duurt het voor we in die afgrond vallen en kunnen we het vermijden?

Het echte probleem zijn niet de grote problemen van de wereld, maar hoe we het voor elkaar krijgen onze kop in het zand te steken. We verstoppen ons in vermaak van allerlei soort en klagen graag over wat er aan de rand van ons uitzicht gebeurd. Al die onfraaie rafels die we proberen te ontwijken in onze poel van plezier en afleiding storen ons, zodat we alsmaar dieper wegduiken. Het echte probleem is dat niemand bereid is de ware ernst van de situatie in te zien en zich aldus te gedragen. Alles wat we hadden, alles dat we konden worden, al het goed dat we kunnen doen, dat alles staat op het spel. Net als ieder ander hou ik van spel en plezier, afleiding is een must, maar het is niet de oplossing. Plezier en ernst kunnen wel zeker hand in hand gaan. Misschien als we ons meer bewust zijn van onze sterfelijkheid en ons falen wordt dat plezier meer intens geleefd en kan het tot helen leiden.

Er zullen van jullie vast zijn die dit allemaal domineepraat vinden. Tenslotte is dat ‘de aard’ van de Nederlander waar wij die ouder zijn, wij van voor het hedonistische tijdperk, nog het meest aan herinnert worden als we gevraagd worden het leven ernstig te nemen. Waren de jaren zestig en al dat soort dingen niet een afzetten tegen dat eeuwige zondebesef van onze Protestantse ouders? Veel van mijn generatie en die daarvoor zullen een instinctieve afkeer voelen van wat ze zien als moraliseren. ‘Ik weet niet waarom ik er van ga steigeren, maar ik doe het automatisch als iemand me verteld wat te doen.’ 'Laten we het gezellig houden.' Daar zeg ik op: get over it! Wordt eens wakker! Dit is een echte afgrond waar we het over hebben. We weten niet hoeveel tijd er nog is. Willen we de volgende generaties met deze toekomst opschepen?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen