woensdag 19 oktober 2011

De wonderlijke avonturen van Alfred de kat - 2

Het verhaal van Alfred de kat is niet een doorsnee vertelling waarin we allerlei menselijke gevoelens en eigenschappen aan dieren toekennen om zo iets over onszelf te zeggen. Het is een poging te kijken vanuit het perspectief van een dier dat misschien wel zo vreemd aan ons is als onze blik aan die van een buitenaards wezen. Overigens net als dat het perspectief van een kat zo vreemd is aan dat van een specifieke vogelsoort als de kraai. Als uitgangspunt neem ik wetenschappelijk onderzoek, eigen en andermans observatie. Het totale vermijden van menselijke interpretatie zal natuurlijk onmogelijk zijn. Al was het maar dat een dier niet in woorden denkt en onze woorden tegelijk ontoereikend als te betekenisvol zullen zijn. Een zekere mate van romantische interpretatie is dan ook niet te ontgaan. Niettemin staat het zo ver af van de normale knuffelverhalen dat het menigeen kan afschrikken. Natuurlijk zal ook in dit verhaal veel verteld worden over ons menselijk bestaan, maar dan door de lens van de aliens waarmee we samenleven.

Deel 2

Alfred lag lang uitgestrekt in het zand en liet de zon loom zijn haren bespelen. Zijn poten leken wel helemaal tot aan de andere kant van de tuin te reiken. Hij klauwde zijn nagels even uit en droomde van een aan stukken gescheurde duif. Dat was lang geleden, die duif. Als jonge kat rende hij vaak achter ze aan om er zo nu en dan één te vangen en in een wild gevecht de nek te breken. Al die veren in het rond, al dat nodeloze geklepper van de vleugels, de geur van vers bloed, het was zo’n sterke samengebalde herinnering dat er even niks anders in de wereld bestond dan dat. Zijn duif… zijn prooi… zijn cadeau aan de baas. Deze had er weinig van begrepen. Maar Alfred meende het met de ernst van een gelovige die aan zijn god offerde. Het was de dank voor een leven van luxe en aaien. Aaien… Geaaid worden was één van de leukste dingen ooit! Al kon hij er soms geheel genoeg van hebben. Soms voelden leuke dingen te leuk, dan werd hij onrustig en moest lopen. Naar waar dan ook. Die duif. Alles aan die duif zat nog in hem. De herinnering aan die duif was het dierbaarste van het moment. En de zon. De lome slome zacht brandende niet aflatende zon die alles een heerlijk geurtje gaf. Wat een gek ding toch, die zon. Die gloeiende vlek daar helemaal boven waar je niet eens bij kon komen vanaf de hoogste tak of het dak. Dat dak. Dat dak dat zo heerlijk was tegen de regen.

Alfred rook weer de kaas van achter de Stenen Woestijn. Hij besloot toch maar eens een kijkje te gaan nemen. Op dat moment zag hij pas dat Lules zich bij haar maatje had gevoegd. Ach, weer een kans gemist. Het was niet meer hetzelfde met jagen sinds de operatie. Hij wist nog niet zeker of zijn baasje er schuld aan had of niet. Zo ja dan vroeg Alfred zich af of die duif niet teruggegeven zou moeten worden. Of iets anders. Iets dat hij moest doen dat verschrikkelijk was. Hij vond het niet leuk om boos op zijn baasje te zijn.

Het doorkruisen van Het Struikenparadijs was als altijd spannend, maar niet zoals vroeger, nee. Hij had niet meer die jongensachtige verwachting over wat komen zou. Hij miste dat niet echt, want de rust was ook iets waard, maar toch… Toch…


illustratie M. Ozymantra

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen