maandag 26 december 2011

De wonderlijke avonturen van Alfred de kat - 3

Het verhaal van Alfred de kat is niet een doorsnee vertelling waarin we allerlei menselijke gevoelens en eigenschappen aan dieren toekennen om zo iets over onszelf te zeggen. Het is een poging te kijken vanuit het perspectief van een dier dat misschien wel zo vreemd aan ons is als onze blik aan die van een buitenaards wezen. Overigens net als dat het perspectief van een kat zo vreemd is aan dat van een specifieke vogelsoort als de kraai. Als uitgangspunt neem ik wetenschappelijk onderzoek, eigen en andermans observatie. Het totale vermijden van menselijke interpretatie zal natuurlijk onmogelijk zijn. Al was het maar dat een dier niet in woorden denkt en onze woorden tegelijk ontoereikend als te betekenisvol zullen zijn. Een zekere mate van romantische interpretatie is dan ook niet te ontgaan. Niettemin staat het zo ver af van de normale knuffelverhalen dat het menigeen kan afschrikken. Natuurlijk zal ook in dit verhaal veel worden verteld over ons menselijk bestaan, maar dan door de lens van de aliens waarmee we samenleven.

Deel 3

Alfred naderde de kaas traag en omzichtig. Je wist het nooit met mensen. Soms mocht je iets van ze, want dan stonden ze er niet bij. Dan was het alsof ze expres wegliepen en het je gunden. Ze wisten toch dat hij een lekkernij niet zomaar zou laten staan? Als ze niet wilden dat hij iets pakte zouden ze er wel bij blijven. Maar soms stonden ze erbij en mocht hij het toch. Het was maar vreemd, met mensen.

Hij hoorde en rook hoe de andere katten, Peter en Druusa, op eenzelfde manier naderden. Het was een web van sporen en sensaties dat de buurt samenhang gaf. Hij kon ruiken waar ze besloten hadden op de kaas af te gaan. Hij kon voelen hoe graag ze de kaas wilden. Het was een levend patroon dat in zijn hoofd zat en hij zou er niet vrij van komen. Al die patronen van de hele buurt, de vogels, de padden, de muizen en de andere katten, dat alles vormde een fijnmazig web van kennis in zijn hoofd. Hij sloop er doorheen als een geest van zachte voetjes. Het was niet dat hij wist waar iemand zou zijn, maar de patronen verrieden alles.

Bij de Stenen woestijn aarzelde hij. Druusa, een roodwitte poes met likkebaardend lekkere flanken, stond rechts van hem, vijf sprongen verwijderd van de kaas. Hij moest zeker nog zeven gaan. De opwinding over het aanstaande gevecht deed hem spinnen. Een geluid dat Druusa als uitdaging opvatte. Ze rechtte de rug, strekte de staart, liet haar klauwen voorzichtig in en uit glijden en boog haar schouders, terwijl ze quasi-nonchalant doorliep. Alfred deed hetzelfde. Ze wisten waar ze elkaar zouden ontmoeten. Dat specifieke plekje was al voorbestemd sinds de oertijd toen hun voorouders voor het eerst hadden besloten kat te worden. De hele geschiedenis sindsdien lag daar in geuren en andere sporen samengebald.





illustratie M. Ozymantra

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen