dinsdag 13 december 2011

Sonic Life

Ik was waarschijnlijk 18 of 19 toen ik het singeltje Silver Rocket voor het eerst op Mtv zag. De Europese versie van die zender had nog geen voorgekauwde playlists en de Dj’s stelden hun programma’s zelf samen, met soms onverwachte resultaten. Het nummertje sloeg naar binnen als een bliksemschicht. Ik was nooit erg ondernemend geweest in het ontdekken van nieuwe muziek. Ik kende alleen maar wat er op Hilversum 3 werd gespeeld en wat er in mijn ouders platenkast stond. Het was ook de tijd dat ik superheldenstrips verzamelde en daarom vaak bij Willem Penraat in Hilversum was. Uiteindelijk mocht ik zelfs de bestellingen voor de comics doen. Belangrijker voor mij was dat ik er Daydream Nation uit de bakken viste. Het album met Silver Rocket. Voor maar 15 gulden!

In de jaren zestig had men The Beatles en The Rolling Stones. Die vertegenwoordigden de twee kunstmatige polen waaronder de popmuziek opgroeide. Niet meer Chuck Berry of Elvis. De scheiding vertegenwoordigde een bepaalde gevoel, een bepaalde manier van muziek ervaren en was indirect afkomstig van de oude scheiding Classicisme en Romantiek van de negentiende eeuw. En als je nog verder terug wilt gaan naar die tussen Apollo en Bacchus. Al deden de oude Grieken niet aan zulk een simpele opvatting. Geen God en duivel, maar een pluriform beeld van de wereld. Mijn generatie had Sonic Youth versus de mainstream pop.


Tijdens de eerste keer luisteren was het alsof de muziek direct uit mijn lichaam kwam. Zoiets had ik nooit eerder gehoord. Het was alsof ze het ruizen in mijn aderen, het knarsen van mijn botten, het zoemen van mijn brein hadden opgenomen. Voor het eerst in mijn leven sprak de muziekinstallatie mij op gelijk niveau aan. Het was niks anders dan een vertolking van wat ik al jaren sinds de scheiding van mijn ouders voelde. Ja, natuurlijk had ik al eerder muziekliefdes gekend. Jimi Hendrix, The Beatles, Queen, Supertramp, Eric Clapton, ik hield van allen, maar geen had me zo weten te raken. Geen kan dat meer. Behalve soms Supertramp. Als ik me erg nostalgisch voel brengen ze me terug naar de tijd van voor de scheiding.

Voorheen werd het hogere meestal in hemelse tonen bezongen. De zogenaamde klassieke muziek zit vol van dit soort aspiraties, net als de schilderkunst van voor de modernen. Zogenaamde popmuziek en –cultuur, zo die al aanwezig was, ging alleen over de meest basale gevoelens en behoeftes. Kijk eens naar Frans Bauer. Op Daydream Nation (maar ook op de eerdere platen) bereikt Sonic Youth het onwaarschijnlijke: het hogere zonder hemelse tonen. Sterker nog, hun gitaren zijn allen vals gestemd, alleen Lee Ranaldo kan eigenlijk een beetje zingen. Ze kennen Stockhausen en John Cage, maar waar deze heren nogal formalistisch modernisme beoefenen heeft The Youth een rockmentaliteit. Ondanks al het subtiele werk aan toon, ritme, structuur, zang, noem maar op, blijft het een album om op te headbangen, te kraaien, te huilen, noem maar op wat je op de dansvloer zou willen doen. Dankzij het ijzersterke ritme van drummer Steve Shelley kunnen Lee Ranaldo en Thurston Moore eindeloze lagen gitaar over elkaar leggen. Dankzij Kim Gordons bas wordt het soms zelfs swingend. De nummers van Ranaldo, Moore en Gordon zijn altijd goed te onderscheiden, maar als band geven ze zich telkens aan het geheel zodat we nooit dat trieste egotrippen krijgen wat zo typisch is als niemand meer met de ander rekening houdt.

Daydream Nation is het hoogtepunt van een zoektocht. Op een bepaalde manier is het te vergelijken met een klassiek concert of een soundtrack. Nog twee uitstekende albums volgen, maar daarna raken ze iets van hun urgentie kwijt. Ze blijven werken met een vergelijkbaar geluidspalet, al is de feedback op Rather Ripped geheel verdwenen (om ijzersterk op het voorlopig laatste album The Eternal terug te keren), maar inhoudelijk bespelen ze meer registers. Voor mij zijn die eerste albums tot en met Dirty de culminatie van een verlengde puberteit aan de rand van de maatschappij. In deze oer-Amerikaanse muziek zit een gevoel dat mij zo raakte omdat ik het in de verlorenheid van de buitenwijk elke dag tastbaar proefde. Ik hoorde de vervreemding van de moderne wereld in al haar glorie. Het was een trieste tijd voor een twijfelaar als ik en The Youth vertolkte dat en liet me weten dat er meer waren zoals ik. Laat het dan zo zijn dat ik jaren later hoorde dat Neuromancer van William Gibson (1984) voor in ieder geval een gedeelte als inspiratie voor Daydream had gediend, een boek dat een enorme indruk op me heeft gemaakt. Laat het ook zo zijn dat de vormgeving van The Youth enorm aansloot bij mijn stripsmaak en de later ontwikkelde voorkeur voor de moderne kunst. Laat het ook zo zijn dat de omslag van Daydream een schilderij van Gerhard Richter is, een inspiratie van latere datum. Natuurlijk waren er toen andere bandjes die een vergelijkbare sensibiliteit hadden, maar geen wist dat zo pakkend te doen. Pas toen ik Pavement ontdekte had ik weer iets vergelijkbaars. Oh ja, en bandhoofd Thurston Moore was ook nog eens de ‘ontdekker’ van Nirvana. Dankzij dat bandje werd mijn gevoel zelf in de mainstream media vertegenwoordigd.


Sonic Life
Illustratie M. Ozymantra

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen