woensdag 11 januari 2012

De wonderlijke avonturen van Alfred de kat - 4

Het verhaal van Alfred de kat is niet een doorsnee vertelling waarin we allerlei menselijke gevoelens en eigenschappen aan dieren toekennen om zo iets over onszelf te zeggen. Het is een poging te kijken vanuit het perspectief van een dier dat misschien wel zo vreemd aan ons is als onze blik aan die van een buitenaards wezen. Overigens net als dat het perspectief van een kat zo vreemd is aan dat van een specifieke vogelsoort als de kraai. Als uitgangspunt neem ik wetenschappelijk onderzoek, eigen en andermans observatie. Het totale vermijden van menselijke interpretatie zal natuurlijk onmogelijk zijn. Al was het maar dat een dier niet in woorden denkt en onze woorden tegelijk ontoereikend als te betekenisvol zullen zijn. Een zekere mate van romantische interpretatie is dan ook niet te ontgaan. Niettemin staat het zo ver af van de normale knuffelverhalen dat het menigeen kan afschrikken. Natuurlijk zal ook in dit verhaal veel worden verteld over ons menselijk bestaan, maar dan door de lens van de aliens waarmee we samenleven.

Deel 4

Hij trok zijn kop samen met zijn rug in, zijn staart sloeg strak. Sissen en grommen, met de keel tegen het steen. Zij spiegelde zijn beweging. Ze gromden en de grom werd steeds hoger tot de grens was bereikt van wat kattelijk was uit te houden zonder de nagels uit te slaan.

Wat er volgde ging eigenlijk te snel voor mensenogen, maar Alfred had er geen probleem mee. Druusa ook niet. In hun wereld was snelheid niet te bepalen. Alles kwam voort uit noodzaak en alles was daarom ook nieuw en oud tegelijk. Natuurlijk hadden ze vaak genoeg gevochten, met anderen en met elkaar, maar hoe het gevecht verliep hing meer af van plaats, tijd en gesteldheid dan van snelheid. Ze waren zo snel als nodig.
Alfred was de eerste die besloot de aanwezigheid van de ander te accepteren. Dat had met dominantie te maken. Hij had voorrang en eigenlijk vond Druusa dit ook, maar niettemin moesten ze eerst deze dans van klauwen doen. De inschatting was al gemaakt. Hij had het aan haar gezien. Het was misschien de manier waarop ze haar staart hield, een klein schokje dat er door ging toen ze bij rand van de Stenen Woestijn was aangekomen. Of misschien was het haar geur. Ze was in een fase die dicht bij bronstigheid lag. De voor-brons. Alfred voelde de behoefte op haar rug te kruipen en zijn ding te doen, maar de kaas was overweldigend. De kaas was god van hun gedachten. Het zout en vet, de typische onbenoembare kaasgeur, dat alles hing over dit tafereel van hees sissen en grommen als een gele gelei.
Dit ging dus allemaal flitsend snel:

dansend als twee mensen op achterpoten
voorpoten uiteengeslagen vlindervleugels
ogen spleten de wereld vernauwde
bek vol bijten gereed
hoektanden haaks een sabeltandtijger
in ieder geval in verbeelding
waren ze de grootste strijders van de wereld
een welgemikte klauw in de zij
een half gemaakte beet in de nek
een tango van bloeddorst
waarbij geen bloed vloeide
geen liefde werd bedreven
de kaas was vergeten

Nou ja, tot Druusa weg was, Alfred zijn vechtreflexen weer onder controle had en de weldadige zoutvettekaasgeur hem weer overweldigde.


50 x 65
inkt en kleurpotlood op papier
M.Ozymantra

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen