donderdag 16 februari 2012

De wonderlijke avonturen van Alfred de kat - 5

Het verhaal van Alfred de kat is niet een doorsnee vertelling waarin we allerlei menselijke gevoelens en eigenschappen aan dieren toekennen om zo iets over onszelf te zeggen. Het is een poging te kijken vanuit het perspectief van een dier dat misschien wel zo vreemd aan ons is als onze blik aan die van een buitenaards wezen. Overigens net als dat het perspectief van een kat zo vreemd is aan dat van een specifieke vogelsoort als de kraai. Als uitgangspunt neem ik wetenschappelijk onderzoek, eigen en andermans observatie. Het totale vermijden van menselijke interpretatie zal natuurlijk onmogelijk zijn. Al was het maar dat een dier niet in woorden denkt en onze woorden tegelijk ontoereikend als te betekenisvol zullen zijn. Een zekere mate van romantische interpretatie is dan ook niet te ontgaan. Niettemin staat het zo ver af van de normale knuffelverhalen dat het menigeen kan afschrikken. Natuurlijk zal ook in dit verhaal veel worden verteld over ons menselijk bestaan, maar dan door de lens van de aliens waarmee we samenleven.


Hij stopte met zijn besluiping van de kaas toen mensenstemmen van binnen klonken. Voetstappen. Ze kwamen dichterbij. Ze kwamen van boven. Hij kon elk geluidje volgen en wist dat de kaas voor altijd buiten bereik zou raken. De mensen, een mannetje en vrouwtje ruikend naar seks, liepen pratend de zitkamer binnen. Hij kon ze enigszins volgen, want was een paar woorden van hun taal meester, maar het interesseerde hem niet. Die kaas! Het lag daar te wachten, een belofte voor zijn vechten en nu raakte het langzaam uit zicht. Toch proberen? Al na één stapje kwam het vrouwtjesmens nader. Hij vluchtte. De deur ging dicht. De geur was ontworteld.

Het was niet dat Alfred lang ging kniezen. Sterker nog, kniezen bestond niet in zijn vocabulaire. Dat was dan weer prettig aan leven in het heden zoals al zijn mededieren graag deden. Soms had hij een herinnering, zoals aan de gedode duif en de operatie, maar die bestond in een tijdloos universum. Het waren schilderijen aan de binnenkant van zijn kopje. Ze hingen daar en hij kon kijken of niet, maar ze waren altijd daar, met dode nagels vastgeklonken. Emoties gestold in abstracte vormen van kleuren en geuren. Beeld bestond nauwelijks. Aan een beeld kon hij geen van zijn verlangens hangen. Zelfs andere katten zou hij niet kunnen onderscheiden aan de hand van foto’s.

Peter de kat zat op het houten hek, een meter of twee boven hem. er was  even sprake geweest van een aanstaand gevecht. Dat was bij gratie van de geopende deuren. Die realiteit waarin Peter en Alfred als concurrenten samenvielen was nu als een ander tijdvak in een geschiedenisboek. Een nieuw hoofdstuk was opengeslagen waarin de zon achter de wolken verborg en Alfred weer interesse kreeg in Jules en Lules de eksters. Ook Peter voelde zich aangetrokken, maar werd al snel afgeleid door de aanwezigheid van Druusa twee tuinen verder. Hij wist het nog niet, maar zij wachtte op hem om de schaamte van het verloren gevecht met Alfred te wreken. Peter zou verliezen. Alfred rende op tiptoptenen naar de eksterboom, vlakbij de aasboom.



50 x 65
inkt en kleurpotlood op papier
M.Ozymantra

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen