vrijdag 25 mei 2012

Meiramgul - fragment (1)


uit de ongepubliceerde roman Meiramgul

De weken die volgden op onze tweede kus, op onze tweede avond, waren, zoals dat vaak gaat, hemels te noemen, al is de hemel in dit soort tijden erg zweterig. We moesten alles over elkaar ontdekken, maar deden ons uiterste best dit ontdekken zo lang mogelijk te rekken. Het zou een ramp zijn geweest als we te snel alles hadden geweten. Liefde groeit op in onwetendheid. Nieuwsgierigheid is de beste katalysator voor passie. We spraken nauwelijks. Dat is niet geheel de waarheid. We spraken nauwelijks over waar we echt aan dachten. We hadden het over het weer, ons verleden in een roze spiegel, over koetjes en kalfjes, over de beste manier om kip klaar te maken. We zaten in barretjes en becommentarieerden de clientèle alsof we recensenten van het leven waren. We zochten naar die hoekjes waar niemand anders kwam en kropen daar tegen elkaar op in woordloze lust, stil zinderend van elke aanraking die onze huid overkwam. We keken naar bandjes en ik vergat te denken, want ik keek alleen naar haar, zelfs als ik niet naar haar keek. Mijn naar binnen gekeerde ogen keken altijd naar haar silhouet. Ik herkende haar in de verte als ze op de fiets aan kwam rijden en ze niets meer was dan een broze vlek van beweging. De manier waarop ze over het stuur zat gebogen en verbeten stuurde was mij al snel net zo bekend als het model waarin ik mijn haar elke ochtend bracht. We moesten lachen als ze druipend van de regen zich als een kat uitschudde in de ingang van een klein restaurant, terwijl ik erbij stond als een verdronken giraffe, de haren plakkerig tegen het voorhoofd. Ik miste het niet dat ik geen recensie meer schreef, dat ik geen zinnig woord uit de pen kreeg. Er werd wel geklaagd bij De snaar. Ze hadden dat stukje over Thin White Duke geplaatst nadat ik had verteld over DHNU! en ze zaten met smart te wachten op een diepte-interview, op meer achtergrond, op het uitvlezen van deze bijzondere materie, maar ik deed niet anders dan dromen in haar lichaam, zwijmelen in haar woorden, drinken van haar ogen.
            We waren er wel bij toen Thin White Duke zijn anderhalve minuut tv-tijd kreeg en het was spectaculair genoeg te noemen. Niet zozeer het optreden zelf als wel het nogal kort geknepen interview achteraf. Ik was er vaker geweest en vond het niet zo spannend, maar Antheia zag het als een bijzonder ding, al kende ze het programma geheel niet. Ze had nog nooit naar de Nederlandse tv gekeken. Ze bezat tv noch verzekering, vaste telefoon, huurlasten, baan of wat dan ook. Geen toekomst en geen verleden, want het verleden was vroeger en iets om over te praten met vrienden, maar niet om in te leven. Ze leefde alleen in het nu, in wat ze nu wilde en wat ze nu wilde was ik, al zei ze dat nooit. Dat zou geheimen bekennen betekenen en dat deden we niet. We zaten in het foyer van de Mooie Hoed, een cultureel pand aan de Singelgracht, met uitzicht op allemaal bon ton grachtengordel en Hilversummmige lui in het zwart en bedrukte truien. De gestreepte hemden waren niet van de lucht, met van die grote manchetknopen schitterend van het valse koperen licht. De dames koerden en de mannen bromden geruststellend. De opwinding was te proeven, maar zij merkte dat niet. Haar verleden in het zuiden van Europa had haar immuun gemaakt voor onze bedeesde manier van uiten. Net als iemand die altijd heet voedsel at geen smaak had voor de lauwe zoute hap van een Zwitser, zo miste zij elk subtiel teken van vermaak bij de Nederlander. We zaten aan de granieten bar met de blik van keurmeesters. Ze merkte iets op over iemands snor of de manier waarop een vrouw zich had opgemaakt en ik haakte er gretig en denigrerend op in. Het was ons vermaak en ik schaamde me er niet voor. We waren de eigenlijk sterren van dit feestje en de rest had het nog niet door. Onze cocon van tevredenheid creëerde een prachtig schild van onverschilligheid. Het zal vast ook niet geholpen hebben dat ze nog geen woord Nederlands sprak of verstond.
            Studiotijd is een vreemd fenomeen. De meeste programma’s worden opgenomen en dan is er veel dode tijd. Camera’s worden verplaatst, instructies worden gegeven, interviews en gesprekken worden opgewarmd of enigszins ingestudeerd en als er publiek bij is kan deze het allemaal observeren, maar meestal is het zo saai en is men zo opgewonden over het vooruitzicht in beeld te komen dat men nerveus met elkaar kletst. Bij een liveprogramma als DHNU! gaat het allemaal anders. Zodra het publiek binnenkomt is er wel even dode tijd, maar de televisiemensen razen heen en weer. Hun tijd is erg kostbaar, zij zijn het meest opgewonden. Wij, het publiek, zagen het ontroert aan. Zoveel drukte, zoveel haast, zoveel passie, voor maar een half uurtje! We zaten daar op de achterste rij en het maakte ons geheel niet uit of we in beeld kwamen. Wij waren er voor Daniel en zijn band. Antheia kende hem nauwelijks. Ze hadden één keer ontmoet en ze vond hem niet geheel sympathiek, maar dat had ze bijna altijd met mensen die ze voor het eerst ontmoette. Ze was kieskeurig in haar liefde voor anderen. Toch was ze blij voor hem en ook voor mij. Ze wist dat dit een groot moment was. Ik had hem al lang gesteund. Ik had hem in het blad gepromoot en op die manier hing er voor mij ook echt iets vanaf. Succes van de band zou op mij afstralen en zodoende ook op haar. Binnen een kwartier nadat we binnen waren gekomen begon de openingstune.
De zaal zoals ik hem van tv kende was maar half gebouwd. Alleen waar de camera mogelijk op zou rusten zag er tv uit. Achter ons was een leegte gevuld met kabels en contactdozen. Er hingen op maar een paar plekken gordijnen in de typische DHNU!-kleur. Er stonden withete lampen achter ons bankje die omhoog straalden tegen het dak, waar trussen vol andere lampen aan hingen die heel precies bepaalde stukken uitlichtten. De presentator, de altijd goed gecoiffeerde Mark Molenberg, lieveling van het Nederlandse publiek, de man die nooit iets fout kon doen in de ogen van zijn immense schare fans, keek nog even op het papier op de tafel, kreeg nog even zijn kraag recht getrokken door een in saai kloffie geklede dame, keek op precies het goede moment, terwijl de laatste tonen van de openingstune wegstierven, recht in de camera met een glimlach die maagden spontaan deden ontsluiten en ratelde een welkom met het gemak van vele jaren ervaring en vele uren kritisch onderzoek van een heel team specialisten.
‘Welkom Nederland! bij een nieuwe aflevering van Draag Het Nieuws Uit! met als gasten bla bla bla! en speciale band Thin White Duke! en bla bla bla!’ Niemand hoefde nog verteld te worden enthousiast te klappen, want iedereen was er klaar voor: een nieuw moment in de televisiegeschiedenis. Een geschiedenis die toch al vol was van hyperbolisch grootse daden en de gevoeligste momenten die een camera maar kon vastleggen. Een half uur dat voorbij zou razen als een orkaan in een Jan de Bont-film en net zo’n kunstmatige ravage zou achterlaten, om de volgende avond geheel weer opnieuw en nog beter voorbij te razen op precies hetzelfde uur, met niet eens zo heel andere gasten.
Antheia verveelde zich met de interviews. Niet alleen kon ze er niks van verstaan, maar de gasten gedroegen en kleedden zich anders en hadden weinig flair vergeleken met de Griekse sterren die zij kende. Haar moedertelevisie was vol bombast en drukte, vol glitter en grote tieten, vol schreeuwende oude mannetjes in dure pakken, dansend als beurshandelaren op xtc, vol neon uithangborden en lichtbundelbrakende spotlights. Dit Nederlandse kwam enigszins gewoontjes over. Ze vond Molenberg nog wel aardig gekleed, maar de fameuze Ron Kruut, voormalig hoofdredacteur van een integere krant en profvoetballer, nu al jaren commentator zonder blad voor de mond, vond ze eruit zien als een zwerver die sinds mensenheugenis een bad nodig had. En toen onze meer dan fameuze en hartbrekende roodharige actrice Sheila Selbenis aan tafel schoof moest ze hard lachen toen ik haar vertelde dat deze dame met de paardenbekkengrijns bij jochies aan de muur hing en regelmatig onderwerp van masturbatiefantasieën was. Antheia werd snel tot stilte gemaand. Ik kon het niet laten te grinniken. Niet om Sheila de tafeldame van de avond, want eerlijk gezegd vond ik haar in levende lijve nog aantrekkelijker dan op het scherm, maar om het publiek dat aan haar lippen hing alsof ze de minister-president was. Ik vertelde aan Antheia dat het niet veel uitmaakte of ze verstond wat er werd gezegd, want er werd eigenlijk niks gezegd. Een hoop ego-ontboezemingen om het volk te lijmen en vermaken. De diepgang van een pierenbad waar iedereen zich aan kon spiegelen. Geen klank die ook maar de aanzet was tot een top honderd album des levens. Het getoonde oppervlak was zoet als een suikerspin en tien keer slechter voor het gebit. Niet dat diepgang Antheia veel kon schelen. Zij vond stijl belangrijker en dat iemand een goed hart had. Niet dat ik dit gemis echt in mijn ziel voelde. Mijn verontwaardiging was gespeeld en gespeend van elke serieuze consequentie. Ik mopperde graag, maar liet al dit zoets net zo lief smaken. Als recensent was je ook een beetje journalist en dus ook beschouwer van het leven. Je verlangde van jezelf een mening die moest beantwoorden aan de mening van je gelijken, een elitaire klasse die graag deed alsof ze relevant was, maar net zo laag bij de grond zat als de rest. Klagen was een vak waar iedereen goed in was. Je hoefde in deze stad maar een bal te gooien of je raakte een welbespraakte zeurkous die de rest van zijn leven prima vond, maar de wereld graag afkraakte.
Vervolgens was het eindelijk tijd voor Neerlands favoriete zap-moment, want niemand gaf een zier om de popmuziek die DHNU! presenteerde. De band! Patsboem daar stonden ze, Thin White Duke in vol ornaat! De dames van het koortje in jaren tachtig zwart-witte rokjes en schoudervulling, dreadlock Brenden op de drums, gitarist Johnny van Zee en zijn oranje kuif, alpenhoornduo Krank & Frank, de bassist in Armani en daar vooraan, geheel in wit pak, de duke himself, monocle en sigarettenpijpje in pose, Daniel van Apperdam! Dat alles op een podium van drie bij twee. Mark Molenberg vertelde nog even in de camera wie ze waren, zijn grijns geruststellend naar het publiek werpend als om te vertellen dat dit geschikt was voor het hele gezin en toen kon het feest beginnen. Mark had vast de band nog niet gehoord, of ze hadden hem bij de repetitie een poets gebakken, want ze speelden Thousand year old girl en het publiek trilde van angst. De dreigende tonen van deze ingekorte versie, normaal gesproken duurde het nummer zeven minuten en nog wat, schuurden door ieders oorbotten. De zaal schudde, de mensen keken weg, zelfs Mark kon zijn glimlach niet echt ophouden. Ik weet zeker dat Molenbergminnend Nederland voor het eerst besefte dat de presentator van gewoon vlees en bloed was. Hij fronste zijn goddelijke voorhoofd, krabde zijn mannelijke kin, gebaarde naar iemand buiten beeld en leek in het geheel ontdaan. De cameraman en regisseuse registreerden dit allemaal prachtig, want ze waren blijkbaar gegrepen door Thin White Duke. Sheila Selbenis keek verdwaasd toe. Antheia vond het ook afgrijselijk klinken, maar ik moest er bijna van huilen. Ik dacht aan Meiramgul en miste haar, ondanks die prachtige vrouw naast mij.
Zodra de muziek was afgelopen klonk er een bedeesd applaus. Het publiek was getraind om zo te doen. Niet klappen kon niet met al die camera’s. Mark Molenberg richtte zich weer op zijn publiek, jongensachtige glimlach en al, begon de band af te kondigen en de volgende gast te introduceren toen een vrolijke Daniel van Apperdam aan tafel schoof.
‘Zeg, Mark, gaan we geen interview doen?’ De prachtige en welluidende presentator, met zijn stoere blonde lokken die elegant langs het markante gezicht vielen, keek verbaasd op van de camera. Zijn mond leek wel letterlijk open te vallen. Ik kende Daniel goed genoeg om te weten wat er stond te gebeuren en fluisterde net iets te hard.
‘Oh, shit…’ Het publiek verzat ongemakkelijk, boog zich voorover, al te bewust dat ze heel wel een authentiek stukje geschiedenis konden gaan meemaken. Mark keek weer naar iemand buiten de camera en even was er paniek in zijn ogen.
‘Ik bedoel maar, ik weet dat we het niet hebben afgesproken, Mark, maar ik zou toch graag een paar woordjes zeggen.’
‘Ehrm… eh… Daar hebben we helemaal geen tijd voor, jongeman. De volgende gast staat al…’
‘Noem me maar Daniel, hoor. Nee, zeg, laat me even dit aan je kwijtraken. Ik vind het verdomd jammer van je, wat er allemaal hier gebeurt…’
‘Wat? Hoe? Wat bedoel je?’ Ondanks zijn tijdschema was de presentator nieuwsgierig.
‘Nou, weet je, toen jullie begonnen vond ik het een leuk en vlot programma dat prettig verslag deed van wat er in het land gebeurde. Dat was een goede reden om jullie te volgen. Maar ondertussen lijkt iedereen zo gehersenspoeld dat het niet meer is dat jullie het nieuws brengen, maar het nieuws zijn. Vind je dat niet jammer, Mark? Je was toch vroeger journalist?’
‘Ja, zeg, sorry hoor, dit gaat te ver! Dat je zomaar aanschuift is tot daar aan toe, maar dat soort ongefundeerde dingen… Wil je alsjeblieft weggaan?’
‘Kom, kom… ik ga pas weg als ik mijn dingetje heb gezegd. Roep anders de bewaking maar.’ Ondertussen was het publiek steeds rumoeriger geworden. Sommige begonnen luid opmerkingen te maken over wat met dat soort onruststokers moest worden gedaan. Iedereen voelde zich aangesproken. Antheia verstond het niet, maar ze vond de drukte aantrekkelijk. Ik vertaalde zo goed mogelijk, waardoor ik soms de nuance van de onrust miste. Twee grote stevige mannen in vlekkerig T-shirt kwamen de zaal binnen en bleven net buiten het oog van de camera wachten. Ze zouden niet zomaar tv-tijd opeisen. ‘Luister, wat ik bedoel te zeggen is dat dit een farce is. Wij zijn het eerste bandje hier dat echt goede muziek maakt, maar niemand begrijpt het nog omdat jullie ze al jaren met oppervlakkige bagger voeden.’ Ik moest hard lachen, wat verwijtende blikken opleverde. ‘En die tafeldames, sorry, Sheila, ik vind je ook een lekker ding, die zitten er alleen maar omdat  de camera ook wat vrouwelijk schoon nodig heeft. Ik bedoel, kom op zeg, wat heb je nou eigenlijk echt te vertellen, Sheila?’ Hij keek haar even indringend aan. Nog voor ze verontwaardigd of gevat kon antwoordden ging hij verder. Ondertussen had hij zelfs een sigaret aangestoken.
‘Kan je die uitmaken, je mag hier niet roken,’ vroeg Mark bits.
‘Nee, zeg, ik heb even zin. Wat ik bedoel is dat jullie eens goed gaan nadenken over de invloed die je hebt op ons land en dingen brengen die mensen meer dan alleen goedkoop en plat vermaak geven. Snap u? Nou, dat was hem dan, mensen, vergeet niet naar Thin White Duke te komen, volgende week dinsdag in de Sterrenschans te Eindhoven! U was een fantastisch publiek!’ Toen hij opstond pakten de vlezige mannen met speknekken hem bij de armen en droegen hem niet al te hardhandig weg. Zijn band stond nog steeds te grijnzen op het podium. De zangeressen zongen pesterig een volle noot. Mark kondigde verbouwereerd het volgende onderdeel aan. Wij gingen op weg naar Daniel. Antheia trok me af op het toilet. Ze had een fantastische hand. Alsof deze gemaakt was om een piemel vast te houden. Alsof ze zelf een piemel had.



Thousand year old girl (Thin White Duke vs Meiramgul)
illustratie M. Ozymantra

1 opmerking:

  1. Een persoonlijke fantasie, Mars, verschijnen in DWDD? XD
    Maar dit is een tantaliserende sample; ik kijk uit naar de rest!
    CIAO

    BeantwoordenVerwijderen