vrijdag 6 juli 2012

Meiramgul - fragment (2)

uit de ongepubliceerde roman Meiramgul

Als kind luisterde ik graag naar de platen van mijn ouders. Naar Brell of Piaff, naar Sinatra of Presley, maar mijn  eerste echte muziekliefde was Marley. Natuurlijk rookte ik geen wiet en wist niet wat Ganja-smugglin’ en dat soort dingen inhield. Ik had plezier aan het lome geluid, de upbeat rasp van de gitaren en de stem. Ik kon meezingen zonder de woorden te begrijpen en liep als klein wit gastje van acht door de kamer te swingen tot mijn moeder moest lachen en pa de pick-up uitzette. Als mam moest lachen schaamde ik mij, maar pa riep een radeloze opstand op. Hij was zo overheersend in alles dat hij mijn gedachten bijna geheel onderwierp en ik vroeg me regelmatig af waarom de wereld zo oneerlijk was. Hij luisterde nooit naar mijn woorden. Hij had geen oog voor wie ik was. Zijn woord was wet en dat vonden wij broers maar vreemd, al had Stefan er minder last van. Hij schikte zich makkelijk naar de mening van anderen. Daarom had ik soms stiekem een hekel aan hem. In een vlaag van woede, nadat pa een stuk speelgoed van ons had afgepakt waar we teveel herrie mee maakten, heb ik Stefan te lang onder water gehouden. Ik weet het niet meer zo goed. Ik kan het me nauwelijks voorstellen dat ik dat echt heb gedaan. Misschien ook niet. Maar mijn eerste echte rage was Gabber! Ja, natuurlijk tijdens de puberteit. Voor Stefan hoefde die herrie niet, maar ik kocht alle platen van Elstak, Party Animals, Technohead, Neophyte, noem maar op! Ik ging naar de plaatselijke danszaal als er gabber werd gespeeld en op een gegeven moment, en dat was het grootste avontuur van mijn leven, naar de Hemkade!

Mijn vrienden van die tijd waren allemaal kaal zoals gabbers horen te zijn, maar ik vond het niet mooi, of misschien durfde ik gewoon niet. Pa had het vast afgekeurd en ondanks de aanhoudende behoefte hem te weerstreven was het moeilijk zo’n definitief gebaar te maken. Dat is niet erg rock’n roll, dus misschien is het niet zo vreemd dat ik nooit in een band ben gegaan. Rock is je afzetten! Vooral tegen de autoriteit! Anders blijft het maar slappe pop. Zelfs pop zet zich af, maar dan maatschappelijk verantwoord. Het is vreselijk om te moeten toegeven dat je niet als je helden bent. Ik was pop, niet rock. Ik had alleen de zijkanten van mijn slapen kort en droeg het middellange haar in een slappe staart. Ik had niet genoeg geld om kleding van het merk Aussie te dragen. Alleen het jasje. De rest kwam bij Perrysport en de Hema vandaan. Mijn vrienden vonden het niet erg, maar ik haatte mijn ouders voor hun armoe en strengheid. We rookten een jointje buiten het station, sprongen als apen door de wagon, maar gingen netjes zitten, met de voeten van de bank, als de conducteur binnenkwam. Iedereen had een kaartje en toonde deze gewillig. Nadat de conducteur de volgende wagon in ging bleven we zo zitten. We praatten druk, maar dat was alles. Er bestonden nog geen mobiele telefoons voor particulier gebruik. Sander, die wat ouder was, zat bij het raam en staarde naar buiten. We wisten nooit waar hij aan dacht. Misschien aan zijn vader die in het leger zat. Wij hadden het over meiden scoren. Iedereen zou gaan bekken en de luidste van ons, Tom, ging zelfs neuken. Hij beweerde het wel eens te hebben gedaan. 

Het was niet moeilijk om op de Hemkade te komen. We volgden de andere kaalkopjes. We wisten niet dat dit één van de weinige origineel Nederlandse subculturen was. We waren opgewonden over het vooruitzicht de hele avond te dansen op stampende muziek en meiden kijken. We wilden dat iedereen ons zou accepteren voor wat we waren en dat er meer programma’s op tv waren over Gabber. We wilden een computer en heel veel geld en een dure auto, maar als eerste wilden we een pilletje scoren, want dat was pas echt wat je op zo’n feestje deed. Dat konden we bij ons in de buurt nooit krijgen. Het was niet moeilijk een dealer te vinden. Ze waren de meest populaire personen in de dansruimte. Ik vroeg me af of de dealer zijn spul had aangeboden bij de testtent in de hoek bij de ingang, maar wij probeerden het zelf toch ook even. We wilden geen troep. Geen gemalen schedel of waspoeder. Het was goed. We liepen springerig rond, maar toen de drug eindelijk aansloeg, na een halve cola en wat verveeld rondkijken, we acteerden verveeld, want waren eigenlijk te verlegen, sloeg de bas echt goed toe. Er kwam zoveel geweld, agressie en woede uit tijdens het dansen dat ik er van schrok. De bas was snoeihard en razend snel. Het ging van BAM BAM BAM bam BAM BAM BAM achter elkaar, met hoge tonen die snerpten door mijn oren en teksten die nauwelijks bleven hangen. PENG PENG PENG peng peng peng PENG PENG PENG en ik sprong met elke slag van de ene voet op de andere. 120 Minutes per beat. 240 Minutes per beat. Ik hield het allemaal bij. Het zweet gutste in mijn sportkleding. Rook van sigaretten en rookmachine vulde de ruimte. Spotlights brandden en flikkerden en sneden en ramden en bliezen alles open. Langs de vloer stonden ze te bekken of verveeld te kijken. Maar dat vervelen duurde nooit lang, dat bekken ook niet, want al snel ging dat voetje omhoog en plotseling stond daar iemand als een wilde te stampen met een vertrokken blik op het bleke smoelwerk. I AM THE LORD OF HELL FIRE. I AM THE LORD OF HELL FIRE juichten en schreeuwden we allen, I AM THE LORD OF HELL FIRE. En ik had een meisje gezien dat mij ook leuk leek te vinden. Ze stond in de buurt van de bar, niet ouder dan zeventien en ze danste net zo fanatiek, maar keek om zich heen alsof ze op zoek was naar iemand en dat was ze, naar mij namelijk en ik naar haar en ze was mijn eerste vriendinnetje bleek later, I AM THE LORD OF HELL FIRE, en ik sprak haar aan wat heel gedurfd was want ik had dat nog nooit eerder gedaan en BAM BAM BAM bam BAM BAM BAM ik kocht haar een fruitcocktail van dat beetje geld van mijn krantenroute en nam zelf een cola BAM BAM BAM bam BAM BAM BAM en we praatten niet, nee, we dansten en de woede zette zich om in plezier, puur plezier van het samen dansen en zij zou mijn eerste vriendinnetje worden, wat ik nog niet wist, maar ik had een knoop in mijn buik en een verlangen om door het dak te springen en de hele avond met haar te dansen BAM BAM BAM bam BAM BAM BAM niets anders dan dansen, niets anders dan PENG PENG PENG peng peng peng PENG PENG PENG zei heette niet Meiramgul, nee, zeker niet, maar als ze wel zo heette en niet Roos dan had ik ook van haar gehouden en de XTC stopte maar niet, nee NOOIT ZOU DIT STOPPEN NOOIT ZOUDEN WE STOPPEN MET DANSEN I AM THE LORD OF HELL FIRE AND I BRING YOU FIRE!



I am the lord of hellfire
illustratie M. Ozymantra

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen