zondag 5 augustus 2012

De wonderlijke avonturen van Alfred de kat - 9


Het verhaal van Alfred de kat is niet een doorsnee vertelling waarin we allerlei menselijke gevoelens en eigenschappen aan dieren toekennen om zo iets over onszelf te zeggen. Het is een poging te kijken vanuit het perspectief van een dier dat misschien wel zo vreemd aan ons is als onze blik aan die van een buitenaards wezen. Overigens net als dat het perspectief van een kat zo vreemd is aan dat van een specifieke vogelsoort als de kraai. Als uitgangspunt neem ik wetenschappelijk onderzoek, eigen en andermans observatie. Het totale vermijden van menselijke interpretatie zal natuurlijk onmogelijk zijn. Al was het maar dat een dier niet in woorden denkt en onze woorden tegelijk ontoereikend als te betekenisvol zullen zijn. Een zekere mate van romantische interpretatie is dan ook niet te ontgaan. Niettemin staat het zo ver af van de normale knuffelverhalen dat het menigeen kan afschrikken. Natuurlijk zal ook in dit verhaal veel worden verteld over ons menselijk bestaan, maar dan door de lens van de aliens waarmee we samenleven.

Peter, de roodzwarte kat met de grijze vlekjes van de buren verderop aan de andere kant van de Stenen Woestijn, was zijn gevecht met Druusa alweer vergeten. Dat hij had verloren was net zo goed een vage herinnering. Niet meer dan een plaatje gestold aan de muur van zijn geheugen. Hij zat aan de linkerkant van een laag houten hekje, waarop hij ook graag tuurde naar de vogeltjes. Alfred zat niet ver van hem af. Ze hadden een onrustig bestand. Geen voelde het verlangen zich met vechten te vermoeien, beide wist dat er terrein was te verdedigen. Er was altijd terrein te verdedigen. Dat was de grootste invulling van hun leven. Poortwachters van met geur afgezette landerijen. De geurplekken waren voor hun net zo goed te zien als een grenspost voor een vluchteling.

Peter was de jongere en nog trots bezitter van zijn testikels. Al was er weinig trots aan want zo hoorde het tenslotte, testikels hebben. Ze wisten dat er een verschil tussen hen was, maar konden er niet hun klauwtje inzetten. Dat Peter met meer zelfvertrouwen en levenslust door de tuinen banjerde dan de oudere Alfred was vanzelfsprekend, maar toch een beetje gek. Iedereen wist ervan, van het verschil, van dat Alfred anders riekte dan de ander. Dat zijn seks leek te missen. Jules wist dan ook dat Alfred plagen lang niet zo leuk was als Peter plagen.

Jules begon heel onschuldig, met een wat gekwetter bij het overvliegen. Peter keek verrukt op. Hij droomde van vogelbout. Ook Alfred voelde zich verlokt. Het was tenslotte een oude droom van hem, vastgezet in zijn zenuwen als takken in de bast van een boom. Maar hij zag het al. Peter zou toch sneller zijn. De zon was warm. Alfred broeide liever in zijn vachtje. En hij zag het tenslotte al, de knipoog die Jules aan zijn maatje Lules gaf. Jules landde niet ver van Peter en liep argeloos een beetje richting de kater. Peter sprong op, enthousiast. Jules vloog op, maar niet te ver. Peter rende harder, Jules flapte gewoon iets verder. Peter besloot te stil te wachten, Jules sprong heel dichtbij en tikte met zijn snavel op de tegel. Peter rende als een razende. Alfred glimlachte van binnen. Katten lachen tenslotte nooit van buiten.

Wordt vervolgd.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen