vrijdag 21 september 2012

New Jersey seconden wegen zwaar (2)


Ik kwam er niet aan toe het interieur van het restaurant te bekijken, aangezien we buiten op het terras zaten. We hadden uitzicht op de stalen treinbrug, de rokende putdeksels en de vliedende Newyorkers in hun shirtjes en overhemden. Het werd beschenen door zacht oranje straatlicht. Wij twee zaten intiem knie aan knie te ouwehoeren met de kunstenaar en zijn gevolg. Dat bestond uit een oranjeharig vriendinnetje en drie esthetisch verantwoorde homofielen met ieder hun eigen precieuze gebaartjes en prima conversatie. De Argentijn probeerde haar te versieren met brede gebaren en een joviale grijns verborgen in zijn grijszwarte baard, maar dit dwong mij meer aansluiting bij haar te zoeken. De melancholisch bestelde Heineken zette ik nauwelijks gedronken weg vanwege de roestige smaak. In plaats daarvan volgde ik het voorbeeld van de homo met het vierkante brilletje en bestelde een Duvel. De man bleek een plezierige liberaal te zijn van het soort waar Europeanen maar al te verzot op zijn. Ze vertegenwoordigen voor ons een Amerika dat vertrouwd overkomt. Er werd gepraat over Irak en die idioot van een Bush, terwijl het gezelschap knabbelde aan de copieuze maaltijd van patat en hamburgers. Wij pikten hier en daar een frietje mee. Ik had niets besteld in de dronken veronderstelling al gegeten te hebben en zij had niet genoeg geld. Het voedsel was ook niet zo belangrijk met witte wijn in de geest en Belgisch bier voor de neus. Toen het eten klaar was en het bier gulzig was opgedronken bleef men nog hangen, plannen makend voor de rest van de lome avond. Wij te zeer bezig met ons steelse aanraken en plezierig overstappen van onderwerp op onderwerp. Het meeste van de conversatie ging aan ons voorbij. Toen het gezelschap druk opstond en onze drankjes ook betaalde, strompelden wij achter ze aan, de armen om elkaar geslagen om elkaar niet kwijt te raken. Plotseling waren we ze kwijt, of misschien deden we het opzettelijk. Ik had in ieder geval geen zin meer in de Argentijnse flirt. Ik wilde met niemand liever zijn dan met haar. We gingen op zoek naar een andere bar.
            De overgang van gesprek naar kussen telde minder dan een seconde. Het was niet eens een gedachte, hoogstens een zweem van haar ogen in de mijne, zoals we dat wel meer die avond  hadden gedaan. De drukke mensen waren niets anders dan achtergrond. De alomtegenwoordige televisies schitterden vergeten in groen en sportpak. De ruimte was gekleurd in pastel en blauw licht, een felle tint roze hier en daar. De bar had vol gestaan met longdrinkglazen gevuld met zoete likeur, whisky, wodka en frisdrank – er was nauwelijks een biertje te bekennen. De mensen waren gekleed in nette blanke pakken en prachtig gestileerde jurken. De gezichten stonden leeg als een kraakpand in een zakendistrict.
Dat alles deed er niet toe nu ik haar mocht proeven, nu zij zich over had gegeven en mijn mond afzocht naar geheime sensaties. Sommige van die sensaties bleken we niet te delen, aangezien ze aan het einde van elke kus hongerig in mijn lip beet, een pijn die niet opwond, maar me stekend wakker schudde. Nog net ontkwam ik aan bloeden. Niet afgeschrikt verplaatste ik haar als was ze een handtas, naar een tafel, een bankje, een vrije plek om sensueel de dans te delen. Ze gleed langs me naar beneden tot ze op het salonmeubel zat en hing achterover, waarop ik over haar boog als een rover in de nacht die net de paerlen van de prinses gevonden had, mijn arm om haar holle rug en mijn lippen op haar hals. Ik beet er zacht in - de tedere vampier. Die zachtheid waar zij een te hard accent aan gaf. Misschien gaf ze de pijn door die anderen haar hadden gegeven. Dronken van elkaar draaiden we rond een gezamenlijk middelpunt. We waren als twee planeten gevangen in een kosmische baan. De rest van het universum en haar mogelijke preutsheid was vergeten. De enige werkelijkheid was degene die net geschapen werd, van moment tot moment. Haar zwarte ravissante haren waren wapperende medusaslangen. Mijn glimlach was een verering van alles dat de wereld zo mooi maakte, alles waar mijn herfstbruine ogen op mochten rusten: haar gezicht.
            Buiten was het wazig in de mist van witte wijn. We liepen hand in hand tot ze me onbehouwen los liet. Het was alsof ze zichzelf los liet. Te lang had ze al handen vastgehouden die uiteindelijk leeg bleken. Ik daarentegen voelde niets anders dan de dringende behoefte haar te omhelzen en zachte woordjes toe te fluisteren. Betonnen licht spiegelde van de straat om de nacht grijs te maken. Donkere portieken fluisterden onduidelijke boodschappen. Ik had een probleem. Om geld te besparen zat ik in een hostel met zeker vier anderen op een kamer. Hoewel vast niet iedereen er nu zou zijn voorvoelde ik toch een situatie met deze dame, nu we zo in elkaar verstrengeld waren geraakt. Misschien als ik helder had kunnen nadenken. Misschien als de bisschop van Canterbury even van zijn wolk zou afkomen. Ik legde de kamersituatie uit.
            “Kunnen we naar jou plek?”
            “Ik woon in New Jersey en heb een huisgenoot.” Een eenzame Newyorker stapte straf langs met een plastic boodschappentas in de hand. Aan de andere kant van de straat zaten twee mannen in een auto te roken. Ik herinnerde me een parkje in de buurt van de galerie, waar ik eerder op de dag langs was gekomen.
            “Kom, laten we hier heen gaan…”
Seks in de vrije natuur was me altijd goed bevallen, dus in fantasie zag ik ons al bezig. Ware het niet dat Newyorkse parken, met uitzondering van Central Park, moeilijk ‘park’ genoemd konden worden. Plantsoen was misschien een betere benaming. Veel steen, een paar bankjes en wat struiken, met in het midden een fontein van de grootste doorsnee saaiheid. Was dit genoeg haar te verleiden haar broekje naar beneden te doen in deze allesomvattende koude, terwijl ze in de een of andere ongemakkelijke positie stond? Daar op de hoek lag het antwoord op mijn stille bidden. Het heette The Chelsea Hotel. Ik had het al eerder in de gids gevonden, maar volgens internet was het vol. Zo duidelijk kwamen die stukjes informatie niet meer in mijn schompige kop. Zeker niet na dat we nog even tegen een muurtje hadden gehangen en onze mond hadden bezocht. De welbekende beneveling benam me elke vorm van rede zoals monetaire overwegingen.
            “Misschien is er hier een kamer vrij. Ik betaal.”

De foyer van het hotel was zo haveloos als de buitenkant, met rechts een ingezakte bank, daar tegenover een Ikea salontafel (iedereen weet hoe weinig tot de verbeelding sprekend Ikea vervalt), een grof tapijt met vetvlekken en brandplekken en een mistig half open loketraam. Daarachter dreef het bolle hoofd van een Indiase man, waaraan een even bol lichaam bleek te zitten toen we bij de open deur kwamen. Hij bleef rustig zitten, al was duidelijk, zelfs voor mijn dronken blik, dat hij zich niet op zijn gemak voelde.
            “Ik zou graag een kamer voor de nacht willen.” De Indiër bekeek ons lang, zuchtte een keer diep, stond kalm maar zwaar steunend op en schuifelde achter de kassa. Het was een optelmachine uit de jaren zestig of iets in die geest, met grote knoppen en een rode voor de afrekening. De cijfers waren vierkant en draaiden hoorbaar over hun rol.
            “Negenig dollah, alsoeblief.” Ik schrok van de prijs, maar besefte dat als ik met haar wilde zijn, dat het hier moest gebeuren. Mogelijkerwijs maakte het ook indruk op haar als ik zonder Hollands protest zou betalen. Nu was er nog geld voor. Rustig telde ik het uit, althans, rustig voor andermans ogen, want de biljetten bleken enigszins ongehoorzaam aan mijn vingers. Alsof ze een band met de portemonnee hadden opgebouwd:
“Nee, haal ons niet uit huis, we zijn er nog niet klaar voor!”
“Tsk, tsk,” Fluisterden mijn nagels terug.
            De smalle gangen naar de kamer waren hel in een soort van onaards licht. Het verval liet zich ook hier zien. De kamer zelf bleek niets anders dan een alles overweldigende lamp te hebben. Terwijl zij op het toilet zat, deed ik die uit en zette de televisie op een zender die wel beeld liet zien, maar dan in een veelkleurige confetti van ruis. De roze en oranje schaduwen vochten met groene en blauwe op de muren van bladerend behang. Na een schuchter praten startte het kussen weer en van daar werd het naaktzijn gezocht. Ze bleek geen condooms bij zich te hebben, net zomin als ik, dus trok ik broek en shirt weer aan en liep blootsvoets naar beneden. Als eerste maar eens de dikke Indiër wakker porren. Zonder schaamte keek ik hoe de man verward nadacht. Het vermaakte me midden in de nacht en spaarzaam gekleed te vragen naar een werktuig voor seks. De Indiër wist het niet en wist ook niet waar het over ging, eigenlijk. Een mogelijkerwijs vaste gast van enkele jaren jonger wees op het aanliggende winkeltje. Inderdaad, daar waren genoeg condooms te koop om de nacht door te komen. Bescheiden één gekocht hebbende liep ik breed glimlachend naar boven.
We deden wat ik het leukst vond. Haar prachtige jonge lichaam stond open voor allerlei onderzoek. Ze schaamde zich dat haar schaamhaar terug was gegroeid. Het was niet zo’n volle bos als mijn laatste vriendin had, maar evengoed, er zat een stug zwart vachtje. Het kon me niets schelen, maar ze weerhield me van beffen. Ik schrok, want er was niets mooiers in de wereld dan dit terug groeiende kuthaar. Ik zou met genoegen een altaar van haar maken, maar ze schaamde zich. Voor haar eigen lichaam. Een zacht en blank lichaam met perfecte rondingen en prachtige borsten. Een lichaam dat zich over me boog en met genoegen pijpte. Tanden die alweer iets te hard beten, nu in mijn eikel, maar goed, ik weerhield me van kermen op de verkeerde manier. Een lichaam dat met genoegen op de knieën op de rand van het bed ging en zich van achter liet nemen. Ze zei het dat haar favoriete positie was. Ik had het niet zo op de missionarispositie en haar variaties. Het uitzicht op die billen was geweldig. Met de verdieping vlak boven de spleet, uitwaaierend in de ruggengraat, die geprononceerde schouders voorover gebogen. Met de nek om teder vast te houden en dat haar om als teugels aan te trekken, terwijl zij kreunde wanneer ik haar billen af en toe zacht met de platte hand kletste. Toen ze omkeek, omhoog kwam en me smachtend kuste, voelde ik de hitte van binnen exploderen. Een condoom verbruikt. We lagen rustig tegen elkaar en praatten wat over vroegere vriendjes en het ‘Cubaan zijn’. Zij had dorst en ik wilde meer. Ik trok broek en shirt aan om nieuwe voorraad te halen bij de verbouwereerde Indiër.

Bij het naar buiten treden was het licht schel op een zachte manier. Het was later dan gepland. In ieder geval dan zij wilde, want ze moest nog naar New Jersey om huiswerk op te halen. Ik had de dag vrij en zou zelfs nog even kunnen slapen. Waar we ons bevonden was me onduidelijk. In een nevelig gebied tussen droom en werkelijkheid, dat zeker. Maar hoe terug te komen naar het hostel en waar haar naartoe te brengen? Ze liep snel met korte benen, terwijl ik haastige passen nam met lange. Zoals gewoonlijk, zelfs met import uit New Jersey, was iedereen in New York stukken sneller.
            Nog steeds ging ze gekleed in het zwart en gebreide werk van de nacht voorheen, maar op de een of andere manier had ze een metamorfose ondergaan. Haar gezicht zag er scherper uit, de ogen lagen geïsoleerd als eilanden in een Noorse zee. De jukbeenderen waren hoger en paardachtig. Haar zwarte haar vocht woest om vrijheid onder de trendy herenhoed met veren. Ze schudde haar kont een beetje met elke stap. Afgezien van haar bijten was ze prachtig. Zo aantrekkelijk voor mijn solitaire hart dat ik bang was dat ze een fata morgana was. Ik greep voorzichtig naar haar hand om me van haar werkelijkheid te vergewissen, tot ze zich los trok. Het leek er op dat ze het niet besefte. Ik voelde plots hoe koud het buiten was, hoe mijn doorslapen kleren alle lucht toelieten. Mijn geslacht kleefde slap tegen het been, half opgehangen in de synthetische onderbroek. Ik wilde haar vastpakken en de liefde verklaren. Ik wilde met haar een boot nemen naar een verlaten eiland, of desnoods naar Cuba, om daar een gezin te stichten en elke dag rum te drinken. Ik kon geen van deze woorden uiten. We stonden op een weg tussen grote bakstenen flatgebouwen. Het viel me op dat er hier geen winkels waren, wat toch echt ongewoon voor deze stad was. Het heette Cabrini Green en ik kon me herinneren er in Give me liberty over gelezen te hebben. Het waren housingprojects voor de arme Afro-Amerikanen geweest. Nu zag het er enkel aftands en vervallen uit, met alle gezelligheid van een uitvaart op de vuilnisbelt. Zij had geen tijd, maar ik had haar even vastgepind. Ik moest dit zeggen met mijn volle aandacht.
            “Ik zou wel verliefd op je kunnen worden.” Ze keek rusteloos om zich heen, naar de donkergroene struiken, naar het bakstenen muurtje met de metalen reling, naar de kinderen die elkaar vervaarlijk een honkbal toegooiden. We hadden al e-mail en telefoonnummer uitgewisseld.
            “Ik moet me haasten, anders wordt het echt allemaal te laat.”
            “Kan ik je vanavond zien, of morgen?” Ze antwoordde niet, maar begon in plaats daarvan weer te lopen.
            “Hier moet je links af om bij je hotel te komen.”
            “Ik loop wel met je mee tot aan de metro.”
            Tijdens het lopen stak ik een sigaret op, iets waarvan ik wist dat ze er een hekel aan had.
            “Voor jou zou ik hiermee stoppen.” Het was maar een gebaar van woorden. Tenslotte was ik pas weer begonnen met roken toen ik in Amerika aankwam. Bij Port Authority kusten we gepassioneerd tot afscheid. Times Square was druk en overbelicht als altijd, zeker nu de bleke zon zich mengde met de neonreclame en de videoboodschappen. Ergens op het midden, waar voetgangers wachtten om verder over te steken, stond een dame met blote borsten liedjes te zingen die ze begeleide met een akoestisch gitaar. Het leek een beetje onzinnig om nog te slapen, dus zocht ik een Diner op voor een thee en een muffin met creamcheese. Er waren nog zoveel plekken om te bezoeken. Ik rook nog steeds haar geur in mijn neus en proefde haar smaak in mijn mond. Dat zou ik deze dag niet meer verliezen.





olieverf op doek
90 x 110 cm, 2008

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen