donderdag 4 oktober 2012

titelloos (inktvisarmen ontloken)


het bed wacht tot de regen uitgebabbeld is
wolken woonarken op drift drijven luchten voorbij
over in traag vlammend achterland ontzet
dat niemand eraan denkt dat wij hier
vrijend liggen wij hier.

Gisteren begon de avond met een dans
zonder enig idee waar dat dansen toe mocht leiden.
Natuurlijk wierp de alcohol ons de vraag op
die lippen in elkaar deed slippen
dragend over rabarber landerijen, talend naar kaal genot.
Zo kwam het dat onze lichamen als inktvisarmen ontloken
waarna woorden druppel voor druppel voldaan klonken.

En zie het ochtendland omgeven door oceaanschuim
onaantastbaar voor ieder ander liggen we wrak, gekanteld
dreggend naar de laatste schatten van de fiere oceaan
geborgen in de spelonken van onze kieuwen.

Strange love
illustratie M. Ozymantra


Dit gedicht is onderdeel van de te verschijnen bundel "Sterrenplantsoen". Andere gedichten uit de bundel zijn hier reeds gepresenteerd onder de titel 'Tot het dal gekeerd'. In de bundel zelf worden geen titels gebruikt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen