woensdag 21 november 2012

Het realisme van Gerb-Art - interview met Gerben den Heeten


Ondanks de drukte van zijn professionele leven lukt het me tekenaar Gerben den Heeten van Gerb-Art te spreken te krijgen. Ik ken hem al een tijdje en weet dat werk voor alles gaat. Het is alweer even geleden dat ik zijn huis heb gezien. Meestal spreken we af in de stad waar hij dan uit zijn tas de meest uitzinnige, maar ook bijzondere, tekeningen haalt. Gerbens huis is tegenwoordig zeer gezellig. Je kan de vrouwenhand erin terugzien. Hijzelf spendeert het grootste deel van zijn tijd achter de tekentafel. Boven het computerscherm hangen een paar schetsjes en voorbeeldjes. Alles is zoveel netter dan je je zou voorstellen. Het is een geoliede operatie. We gaan zitten in de zitkamer en praten eerst wat over het verschil tussen striptekenaars en ‘gewone’ mensen. Het is iets waar hij recentelijk over zat te lezen. Natuurlijk verschillen we van mening, maar dat is ook niet waarvoor ik langs ben gekomen. Ik wil hem vragen over hoe hij hier terecht is gekomen, over wat van hem de tekenaar heeft gemaakt die hij nu is.


Wanneer besefte jij, op welke leeftijd en welke manier, dat je tekenaar wilde worden?

Eigenlijk wist ik dat al op vroege leeftijd. Dat cliché. Van zodra ik een potlood had begon ik te tekenen. Maar één van mijn vroegste herinneringen was op de kleuterschool. Dat ik aan het tekenen was en dat heel fijn vond. Ik realiseerde me ook dat ik kon visualiseren wat ik in mijn hoofd had zitten.



En wat zat er in je hoofd?

Ik was altijd heel erg bezig met prehistorische dieren. Met van die grote tanden. Dat zijn van die fases. Dinosaurussen, inderdaad. Uiteindelijk is het zelf verzonnen, omdat je het niet letterlijk kan maken. Ik had dan wel plaatjes van dinosaurussen gezien, daar ben je dan mee bezig, maar de fantasie gaat dan op gang. We kregen erover op school, maar in je hoofd gaat dat verder. Het wordt veel groter dan op school. Toen ben ik begonnen met tekenen. En werd ik er bewust van ik dat heel leuk vond en, bovendien, kreeg ik ook van anderen te horen: ‘wat goed dat je dat kan’ en dat werkte versterkend.


Wat was dan daarna het eerste omslagpunt?

Eigenlijk omdat ik tijdens die lagere school merkte dat tekenen mijn ding is, ben ik het steeds meer gaan ontwikkelen, ook buiten school en thuis. Van achter je bureau te zitten in je kamer en dan maar tekenen. Ik heb het over illustratief tekenen, ja. Ik had als kind vrij veel angsten, dat is natuurlijk vrij normaal voor kleine kinderen. Ik was bang voor heel veel dingen waar ik eigenlijk geen vat op had. Dinosaurussen was een fase. Ik was ook heel erg bang voor de dood, maar ook voor het donker, voor spoken en geesten, onder het bed en in de slaapkamer en oorlog. De Koude Oorlog en de Derde Wereldoorlog die er aan stond te komen. Dat probeerde ik allemaal in die tekeningen te stoppen. Als ik dat nu terug zie zijn het heel vaak oorlogstaferelen, bloederige toestanden. Dan hebben we het over tienjarige leeftijd. Zeg maar acht, negen, tien jaar.

Je werd toen vooral beïnvloed door striptekenaars?

Ja, ik ben altijd erg in popculture geïnteresseerd geweest. Waarschijnlijk omdat ik uit een working class environment kom. Kunst werd bij ons niet gestimuleerd. Gewoon tv, radio, stripboekjes. Ik wist niks van kunst af of de kunstscène, maar van Storm, Eppo, Robbedoes, stripjes. Die hebben mij geïnspireerd en die ging ik natekenen. Uiteraard Marvel Comics met de superhelden. Je hebt van die fases, dan ben je klaar met de Eppo en is het op Koninginnedag alle comics kopen. En die bestuderen en natekenen.

Wanneer ben je bij Disney terechtgekomen?

Disney sluimerde al een hele tijd. Op de lagere school, als kleine jongetje, zat ik uren in de bibliotheek Disneyboeken te bestuderen. Ik dacht toen al dat het feit dat ik daar zo mee bezig was wilde zeggen dat ik het. Erg. Belangrijk. Vond. Dat was ook een fase. Alles was toen Disney. Illustreren, natekenen, mijn eigen verhaaltjes, animaties, dat was ook zoiets. we hebben het nu over 13, 14, 15 jaar. De vroege puberteit. Ik was toen eigenlijk nog niet bezig met dames op papier te maken. Ik keek vooral veel naar Disney-animaties. De jaren 30 tot eind jaren 40. De Gouden Periode. Bijvoorbeeld de Sorcerers Apprentice, uit Fantasia. Het is een bepaalde tekenstijl die heel wollig is, heel vol. Zoals Donald Duck in die tijd, die wordt heel vol getekend en warm, schaduwtjes en de achtergronden. Het zijn allemaal schilderijtjes. Prachtig! Het wordt ook gezien als de topperiode van animatie. Door anderen en door mij. Je hebt ook de jaren 50, maar door budgettering ging de kwaliteit van de animatie achteruit.

Je bent uiteindelijk naar de kunstacademie gegaan?

Uiteindelijk… Ja. Maar ik wil nog zeggen dat ik rond mijn 17de nogal twijfelde over mijn tekenaar-zijn. Ik dacht, iedereen gaat economie studeren, ik moet ook maar. Scheikunde gaan doen of zo. Terwijl die bètakant in mijn hoofd niet werkt, dus dat had bij voorbaat al geen zin. Toen ben ik na de havo, na een overbruggingsperiode, toen dacht ik laat ik de gok wagen en ben naar de Rietveld Academie gegaan. En dat was een hele grote stap. Ten eerste wist ik helemaal niet wat dat was, maar tekenleraar Jan van Diemen,  sportschilder, maar dat terzijde, die zei ‘dat moet je gewoon proberen’. Toen heb ik toelating gedaan voor de avondopleiding, want ik was te laat voor de dagopleiding. Achteraf was dat belachelijk. De avondleiding is voor mensen die een beetje zijn gesetteld. Ik had allerlei stripachtige tekeningen meegenomen en om me heen zag ik dingen liggen waarvan ik dacht ‘what the fuck?’. ‘Kom ik hier met mijn stripjes.’ Maar goed, de docenten zagen het toch zitten. Alleen werd ik wel op de dagopleiding geplaatst. En zo begon het avontuur Rietveld.

Hoelang heb je er over gedaan?

Ik heb er vier jaar gezeten. Het eerste jaar heb ik twee keer gedaan. Het eerste daarvan was gewoon dramatisch. Een en al ellende. Gewoon ongelofelijk. Je kan wel zeggen angst. Voor die hele wereld waar ik in terecht kwam. Dat contrast tussen mijn eh bescheiden wereldje van working class, Christelijke middelbare school en dat gerenommeerde instituut de Rietveld Academie was zo groot, dat kon ik allemaal niet bevatten. Er werd mij ook het advies gegeven van ‘Gerben, eigenlijk ben je te jong, je moet een wereldreis maken, you need some back up’, maar dat heb ik niet gedaan. Toen ben ik een beetje de kunstenaar gaan spelen. ‘Als dit van me verwacht wordt, dan ga ik dat gewoon zijn.’ Dat is een paar jaar goed gegaan, maar ik kon toch mijn ei niet kwijt. En wat is dat ei? Mijn ambachtelijke tekenkunsten. Mijn populaire cultuur. Het was een mooie en leerzame periode, maar ook erg moeilijk.

Wat heb je ervan opgepikt?

Soms vraag ik het me af. Het is bijna 20 jaar geleden. Ik ben eindelijk klaar met het afbetalen van de studieschuld. Ik neem dat tenminste aan, want krijg al een tijdje niet meer de giro’s binnen (gelach en gegiechel van beide kanten). Ik heb geleerd een brede visie te ontwikkelen op veel vlakken. Ik heb geleerd met allerlei verschillende types mensen te kunnen omgaan. Ik had naast de Rietveld ook een periode van Sturm und Drang. Daar hoef ik natuurlijk niet veel over uit te wijden, maar als je je hele leven beschermd bent opgevoed en je vrij bent van het ouderlijk nest, dan is het tijd van knip knap die kettingen doorknippen en de darkness ingaan. Eigenlijk begon mijn puberteit toen pas (gegiechel). Op mijn 23ste. Na vier jaar ben ik er afgezet, want ze dachten ook ‘voor jou is hier geen plek’. Ik vond dat niet erg. Ik kon daar mijn creativiteit niet kwijt en de dingen die ik deed werden weer niet opgepikt of goed gevonden.


Vertel eens iets over de periode daarna?

Toen ben ik met een vriend een soort kunstenaarsduo begonnen. Hij was dan meer van de kunst en ik van het toepassen en met animatie bezig. We noemden onszelf Het Bedrijf. Dat was meer zijn uitvinding. Hij wilde zich ook als zodanig presenteren. Dat we bijvoorbeeld Armani pakken hadden met camouflagekleuren, dat soort dingen. Een beetje al la Gilbert & George. We probeerden samen als een ontwerpduo verder te komen. Uiteindelijk is dat stukgelopen omdat hij meer de kunstrichting wilde opgaan en ik poppetjes wilde blijven tekenen. Toen kwam ik mijn toenmalige agent tegen, Jorgen Bolle en die had een potentieel klusje, een Katja Schuurman stripje en dat leek me wel wat. Vanaf dat moment is mijn commerciële tekencarrière begonnen. Toen heb ik eigenlijk de richting gekozen die ik nog steeds doe. Niet meer twijfelen, maar gewoon met je eigen dingetje dat je al sinds de kleuterschool kan geld bijeen sprokkelen.

En dat lukt?

Haha, nou ja, pieken en dalen, ups en downs, goeie tijden slechte tijden en noem al die clichés maar op. Maar het is een struggle.


Zou je het aanraden aan mensen die kunnen tekenen of heb je meer nodig dan alleen kunnen tekenen?

Ja, je hebt heel veel meer nodig dan alleen maar kunnen tekenen. Je hebt bijvoorbeeld goede contacten nodig. In eerste instantie gaat het om wat je kan, maar wie bepaalt of het goed of slecht is? Jij kan wel denken dat het goed is, maar als je het naar een agentschap stuurt en die zegt, ‘ja we hebben al tien van die gasten die dat ook kunnen’ dan bepalen zij wat de norm is voor jou. In de commerciële tekenwereld is het alleen of je hebt een agentschap. En dat laatste heeft grote voordelen. Je bent heel erg afhankelijk van die stem van buitenaf of het aanslaat. Om te slagen heb je best een bepaalde stijl nodig, maar het zegt niet alles. Het hangt er ook een beetje vanaf welke richting je op wil gaan. Wil je bijvoorbeeld een superheldenstijl nastreven dan ga je in die hoek zitten. Ik ben een allrounder. Voor vele dingen inzetbaar. Waarbij dan een cartoony stijltje de overhand heeft. Ik ben geen realistische tekenaar, maar zou het wel kunnen! Dat cartoony zit zo in mij dat ik dat meestal hanteer. Maar ik houd wel van uitstapjes maken.


Ik weet dat je ook stripjes hebt gemaakt…

Ja, paar stripjes gemaakt, tekenfilms, allemaal in die periode met Florian. Die animatiefilmpjes waren ontzettend moeilijk. Daar ben ik maar mee gestopt. Wij scanden bijvoorbeeld alles in met een bewakingscamera en in een Amiga moest je dat beeldje voor beeldje achter elkaar plakken. Dat was dan Florians taak. Ik kwam met honderden tekeningen op a-viertjes, armpje hier, hoofdje daar. Het zag er helemaal niet uit. Tegenwoordig is het een stuk makkelijker. Je hoeft het niet eens meer in te scannen. Je tekent het direct op het scherm en laat het direct bewegen.
Stripjes tekenen vond ik vreselijk om te doen. Op een gegeven moment belandde ik in De Erotiek, die altijd sluimerend aanwezig was, maar dat werd steeds heftiger. Ik heb het eigenlijk nog niet vertelt, maar dat is ook een belangrijke periode geweest. Toen ik Black Eye Pictures had geformeerd. Het was mijn alias. Dat is ten tijde van de Rietveld ontwikkeld. Ik wilde eigenlijk undergroundachtige strips en sculpturen maken. Heel fetishachtig. Young Jerk bijvoorbeeld. Ik had zoveel plannen voor strips en hele albums, maar strips tekenen is niet mijn ding en meer dan schetsen is er eigenlijk nooit van gekomen. Uiteindelijk heb ik toch er wat getekend. Ik nam toen contact op met Eros Comics in Amerika. Ik dacht van laat ik het proberen. Zij antwoordden dat ze graag werk van mij wilden. Ik was ontzettend blij, want dacht van, hier gaat het nu gebeuren ‘Amerika, Amerika!’. Dat bleek mee te vallen. Ik heb wel wat mogen maken en ik ben zelfs de enige Nederlander, misschien zelfs de enige tekenaar die in vijf verschillende boekjes strips heeft gehad en daar OOK de covers voor heeft gedaan. Die stripjes zijn jaren later onder de naam Perversia uitgebracht en die verkoop ik nog steeds op beurzen. Dat is eigenlijk mijn enige wapenfeit op stripgebied.


Om af te ronden. Waar wil je terecht komen, wat is je toekomstperspectief?

Dat is een moeilijk iets, want het liefst zou ik doorgaan zoals ik altijd heb gedaan, maar ik woon niet alleen meer. Mijn vriendin steunt mij natuurlijk in alles, maar die heeft ook bepaalde eisen over welke richting we samen op moeten gaan. Dus dat betekent steeds meer dat als ik iets doe de vraag komt ‘wat levert me dat op?’. Vroeger deed ik alles omdat ik het leuk vond, maar nu denk ik bij wat ik doe hoe ik dat commercieel kan exploiteren. Ik ben bijvoorbeeld bezig met een opdracht voor een bedrijf voor een aantal piraatjes, maar ondertussen ben ik bezig met wat ik er nog meer uit kan halen. Geld verdienen om een bepaald leven met partner te kunnen leiden wordt steeds belangrijker. Ik ben 41 dus kan niet meer dromen. Die dromen die ik altijd heb gehad verdwijnen steeds meer. Het wordt steeds meer een soort realisme. Als je een huis wil kopen kan je niet een half jaar met een stripalbum bezig zijn. That’s how the cookie crumbles! (Gelach.)



 


Gerben is veel te vinden op beurzen. U kunt voor tekeningen op commissie via zijn website contact opnemen of via zijn Facebook. Ook voor professionele opdrachten kunt u daar terecht.







Alle foto's met toestemming van Gerben den Heeten gepubliceerd

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen