donderdag 20 december 2012

Het is de taak van de schrijver om de lezer te vermaken


Het is de taak van de schrijver om de lezer te vermaken. Het is niet dat men deze woorden gebruikt. Niemand zegt ooit dat het de taak is van de schrijver om de lezer te vermaken. Dat mag niet meer. Dat mocht niet meer. Er was een tijd dat het woord heilig was. Niet het woord Gods, maar het woord mens. Geschreven door genieën van uitzonderlijke kwaliteit. God was ook maar een woord. De genieën manipuleerden de woorden tot ze brandden. En nog steeds branden ze. Een boek is een huis voor een vlam die nooit opbrandt.

Dat woorden bedacht werden om de inhoud van het magazijn te beschrijven, om de cargo en handel van steden en naties bij te houden, dat was door de genieën vergeten. Zij waren dan misschien geniaal, maar hadden particuliere conclusies getrokken uit het bestaan van teksten voorheen. Andere genieën schreven sprookjes over God en de goden om de mens te inspireren tot betere daden. Woorden om de moraal van de mens vorm te geven. Woorden als muilezel van goed en kwaad. Het hoofd van de mens als magazijn van de daad.

Woorden werden poëzie, woorden werden magie, ze toornden hoog boven iedereen uit, draaiend, dalend, opwerpend, verzakkend. Ons denken een woord. Onze gedachte een zin. De woorden los van het ding. Een woord verloren voor de daad.

Denken is niet het opsommen van gedachten die elkaar opvolgen zonder zinvolle orde. Denken is het volgen van een gedachte door al zijn gedaantes. De woorden die we spreken in ons hoofd zijn efemeer. Ze ontstaan uit het niks en verdwijnen weer. Ze klinken niet en dralen als letters aan de grens van het gevoel. Daaronder, daar waar die grens zo vaag is dat we niet meer weten of we denken of borrelen, daar zit een knot van iets dat graag gevoel wordt genoemd. Het hele lichaam, met al haar uitdrukkingen, daar drijft ons woord op. Dat lichaam vol hormonen, chemicaliën, substanties, dingetjes, materie, is de oceaan onder elk woord.

Het woord als drager van een boodschap. Maar als de directe, heldere, begrijpelijke en volkomen vanzelfsprekende boodschap ontbreekt, als het woord zichzelf tegenspreekt, zijn leegte als klank erkent, dan kan het woord dingen benoemen die niet bestaan. Gevoelens, geruchten, momenten, die oceaan van onbegrijpelijke oprispingen in het darmkanaal van ons ervaren. De bewuste geest gemaakt van woorden die woordeloos registreert wat er in ons omgaat en daarover vertelt door woorden betekenisloos genoeg te maken zodat de lezer gevraagd wordt, zelfs misschien gedwongen, om achter de woorden te kijken, om een vergelijkbare ervaring te voelen. Woorden als knopjes waarmee dingen in de lezer op worden geroepen.

Dingen en woorden, ze zijn niet hetzelfde, maar in de geest van de mens rijgen ze zich aaneen als een groot geheel.

 Brother, what would you like to read here?
illustratie M. Ozymantra

1 opmerking: