donderdag 14 februari 2013

Het Stedelijk Museum - Mike Kelley


De gebarsten lachspiegel van de Amerikaanse ziel

Het zal een enkeling voorkomen alsof ze zijn uitgenodigd op een feestje van coprofielen en ander eschatologisch tuig. Zeker na al de aandacht in de pers en de bewering dat we hier te maken hebben met de belangrijkste kunstenaar van de laatste 25 jaar. Het bleek zelfs binnen het budget van het museum te liggen een dure bijlage bij het NRC te produceren, waarvan het leek alsof die bij de krant zelf hoorde. Voor een enkele purist zijn dit soort praktijken laakbaar. Tenslotte moet kunst voor zichzelf spreken en behoeft geen gouden randje. Ze heeft een claim op universele waarden. Dat het bij de ingang van het Stedelijk Museum nog steeds niet handig is ingericht en de enige werkzame draaideur er tijdelijk mee ophield verdient ook geen prijs. Een kleine raad overigens voor bezoekers met een museumkaart: je gaat daarvoor in de rechter rij staan en betreedt het museum via de winkel. Geen waden door die andere rijen, een prettig zicht op de boeken en bovendien direct bij garderobe en lockers. Niettegenstaande veel lof voor de organisatie dat ze een in Nederland nauwelijks bekende kunstenaar zo in het daglicht zetten. Daar is lef voor nodig en een goed aangezwengelde pr-machine helpt mee.
            Toch, ja… Toch… Ja… Ik geef het toe, ik had verschillende meningen over de tentoonstelling aangehoord, zo nu en dan negatief en ja, ik had ook zo mijn vooroordelen. Veel hedendaagse kunststudenten worden direct of indirect door Kelleys werkwijze beïnvloed en daar komt lang niet altijd bijzonder werk uit. Zeker de Rietveld kunstacademie heeft er een handje van. De schijt die daar zo nu en dan aan ontsnapt ontneemt zelfs fervente coprofielen de smaak. Maar toch, ja, ik ging er met een positieve instelling naar toe, want heb wel iets met de Amerikaanse Underground, zowel in muziek, strips als literatuur. En Mike Kelley wordt hierdoor zo duidelijk beïnvloed, dat hij regelmatig het verschil tussen die mediums opheft. Net als bij Raymond Pettibon kruipt de waanzin van de Amerikaanse leegte, stedelijk als landelijk, door alles heen. Zwart is niet zwart genoeg om de wanhoop en angst te weergeven. Omringd worden door vreemden die landgenoten, familie en vrienden moeten zijn, voldoen aan dodelijk burgerlijke voorschriften, opgejaagd worden door een ideologisch gemotiveerde ratrace, doet vreselijke dingen met mensen. Elk medium dat hij aanpakt, wandkleed, schilderij, tekening, video, performance, noem maar op, vertelt hij weer over deze wereld, in een taal die hoogst persoonlijk is, maar op elk vlak raakt aan de Amerikaanse cultuur. Zijn werk is de gebarsten lachspiegel van de Amerikaanse ziel.
            Hier zit natuurlijk precies het probleem: de vertaling. In tegenstelling tot wat de kosmopolitische elite denkt, waar veel kunstliefhebbers toe schijnen te behoren, is aan een land wel degelijk een particuliere cultuur verbonden, en de mensen die uit die cultuur komen, ook de kunstenaars, worden daar sterk door beïnvloed. Iemand als Kelley lijkt raakvlakken te hebben met onze sterk veramerikaniseerde cultuur, maar dat is hoogstens oppervlakkig. Als we alleen al kijken naar zijn theatrale presentatie zien we het verschil. Uiteindelijk komen veel Amerikaanse kunstenaars wat schreeuwerig over op de nuchtere Nederlander. Als we dieper op zijn werk ingaan zien we dat hij ook gebruik maakt van ‘symbolen’ die wij misschien herkennen, maar niet noodzakelijk begrijpen. Zijn voorliefde voor uitwerpselen, vooral in het begin van zijn carrière, is maar moeilijk te volgen, behalve als je weet hoe een verstoorde verhouding Amerikanen hebben met poep en pies. Daar is het choquerend, wij vinden het hoogstens vies. Shit is een gecensureerd woord in een land dat er prat op gaat vrijheid van meningsuiting te hebben. Voor het gebruik van het woord Cunt kan je ontslagen worden. Niettemin produceren ze de meest gewelddadige films en videospelletjes. Hoe kunnen wij hieraan relateren?
Ingewikkelder wordt het als hij gebruik maakt van beelden en ideeën uit een Amerikaanse populaire cultuur die zelfs daar onder het oppervlak drijft. Op de tweede verdieping staan namelijk veel sculpturen en animaties met als uitgangspunt de stad Kandor. En zelfs de mensen die de tentoonstelling hebben samengesteld komen er niet geheel uit. Ja, het is een stad van Supermans planeet Krypton, maar iedereen weet dat die planeet is vernietigd. Hoe zit het dan met Kandor? Die stad werd gered, met alle 10.000 inwoners, verkleind en in een fles gestopt door de superschurk Braniac. Dit is een planeetvernietiger die beschavingen verzamelt voor het één of andere duistere doel. Hij en Superman knokken er regelmatig over. De bewoners van Kandor zijn zodoende bijna de enige overlevenden van Krypton. Voor Superman staan ze gelijk aan het verleden en zijn hoop voor de toekomst. Wij weten wel van superhelden, door de strips en films, maar voelen geheel niet aan wat voor belang het heeft voor de Amerikaan. Zeker sinds de Tweede Wereldoorlog, waarin de superhelden op papier de grootst mogelijke propagandaslag tegen de nazi's uitvochten, een uppercut van Captain America tegen Hitler, zijn ze vervlochten met hun dromen en aspiraties. Het zijn van een supermens kan zelfs gezien worden als ultieme drijfveer van de Amerikaan. Deze cultische verheerlijking is overal terug te vinden. Hoe moeten we dan kijken naar de stad Kandor in de verbeelding van de kleine Mike Kelley? Wat betekent het voor hem als volwassen kunstenaar ? Hoe verhouden wij Nederlanders ons tot zo’n buitenissige mythe?
            Kelley maakte van het absoluut particuliere iets dat maatschappelijk is en heeft zodoende veel anderen beïnvloed, maar vooral in de vorm. Dat hij zo vrij allerlei mediums gebruikte is opgepikt, maar die innerlijke wereld ontgaat de volger. Dat hij zo nu en dan ook faalde in een medium is goed te zien. Zijn zwart-wit tekeningen in acryl blijven slap, ondanks de vaste hand waarmee ze zijn gemaakt. Ook de wandkleden missen kracht. Maar zijn knuffelbeesten zijn hilarisch; ontwapenend en dreigend tegelijk. De foto’s en tekeningen met mixed media zijn uitstekend, de video’s en animaties getuigen van plezier en inventiviteit. Uiteindelijk zal een kunstenaar als deze nooit perfectie op elk vlak waar hij zich in verdiept bereiken, maar als de drijvende kracht achter het scheppen sterk genoeg is kruipt dit door alle kieren heen. Om de toeschouwers telkens een beetje te verrassen en op te doen kijken. Wat mij betreft is Mike Kelley zo’n kunstenaar. Hoe belangrijk hij over 50 of 100 jaar is zal nog blijken. Dat veel hem blind hebben nagevolgd is in de kunstwereld goed te zien. Dat veel van hen vergeten hoezeer hij weer wordt beïnvloed door Gilbert and George en Joseph Beuys kan worden betreurd.
Laten we eerlijk wezen: Nederland is wat conservatiever geworden en het is te hopen dat een tentoonstelling zoals deze de nieuw verworven houding een beetje aantast. Dat is gezond en zelfs mogelijk. Als iemand zich ervoor openstelt. Anders blijft het een prachtig eerbetoon aan een wilde tijd die vooral in de jaren tachtig plaatsvond. Bij het verlaten van de tentoonstelling merkte ik in ieder geval dat mijn oog weer teder was jegens de schoonheid van graffiti en aanplakbiljetten, de mozaïek van de stadse beeldvervuiling. Spuitbus en sticker deden een dans van verrukking op mijn hoornvlies.




Ik was eigenlijk verbaast dat dit voor mij werkte, een kleed 
met vormen eronder als uitdrukking van verstopt leed en andere psychologische zaken.






Een andere vorm van superhelden in de Verenigde Staten: 
het tv-karakter. In dit geval Bananaman, die hij zelf nooit heeft gezien,
 maar aan de hand van beschrijvingen heeft verwerkelijkt.


Ja, zelfs een heus schilderij!



Tekening waar hij later weer overheen ging.


Ook dit werkte voor mij, gedeeltelijk dan. Gang met
citaten van schrijvers en zo over criminaliteit, met op
het eind een schilderij van een echte crimineel. Alleen
dat laatste maakte dus weinig indruk. De koppen van
schrijvers waren best mooi geschilderd en de citaten
goed gekozen.


Een detail waar veel bezoekers aan voorbij liepen.


video
Kandor animatie




 

Orgon accumulator. Met uitleg. Ooit ontwikkeld door Wilhelm Reich en populair gemaakt door William Burroughs. Als je er lang in ging zitten zou het verjongen en helen, of zo. Ik vroeg of ik er even in mocht staan, dat mocht, en het voelde best apart. Of het werkt zullen we in de toekomst zien. Ik tenminste. Leven verlengd.




 video


Het blijft leuk om door zo'n raam te turen. 
Alsof je in een ruimteschip zit.




Tweemaal Kandor





 Meanwhile, buiten het museum


Yep, maar weer eens foto's van het lelijk in de stad, dat ik altijd nog een stuk mooier vind dan de Stopera. Prachtig hoe zo'n oppervlak een canvas is voor iedereen met een boodschap en creativiteit.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen