zondag 24 februari 2013

Over volwassen strips gesproken - Cerebus, High Society


Is het iets voor het Guiness Book of Records als een tekenaar/schrijver een strip maakt van 300 nummers, elk nummer ongeveer 22 pagina’s lang, en daarmee in 1977 begint en in 2004 eindigt? Dat heeft Dave Sim met Cerebus gedaan. Beroemd en berucht in bepaalde kringen van stripminnend Verenigde Staten/Canada, grotendeels onbekend in de Lage Landen. Niet vergeten erbij te vertellen dat zijn protagonist een chagrijnig dier is dat vaag doet denken aan een aardvarken, een beest dat in onze contreien enige faam geniet als blauw cartoonkarakter hopeloos jagend op een mier. Juist, Cerebus (een verschrijving van Cerberus) is direct erfgenaam van Donald Duck en Mickey Mouse met het karakter van Conan de Barbaar en Danny DeVito. Hij zuipt er op los, heeft losse verhoudingen met de dames, draait zijn hand niet om voor een slachting. Hij heeft magie gestudeerd, wordt gemotiveerd door grenzeloos opportunisme en de behoefte zijn stempel op de wereld te drukken als een Attila met drie vingers en een varkensneus.
Een fictieve wereld die aan de onze vooraf is gegaan. In deze wereld komen we veel karakters tegen die we kennen, Groucho Marx, Moonknight, Oscar Wilde en Hemingway, het pausdom, maar alles door de spiegel van Dave Sims sarcastische blik. We kunnen hem van pagina naar pagina zien gniffelen over hoe hij de mensheid te kakken zet. Altijd met een knipoog. In deze mengvorm van hoge en lage cultuur, in zijn constante kritiek en analyse van politiek, seks, relaties en religie vinden we een volwassen context, maar de zaken die daarbinnen met Cerebus gebeuren zijn wat de strip de ware punch geven.
            Uiteindelijk zijn het driehonderd nummers geworden, die door Sim in tweeën worden gedeeld, met de eerste 150 de mannelijke zijde en de tweede de vrouwelijke. Dat de strip zolang zou worden en zou worden opgedeeld heeft hij overduidelijk geleidelijk ontwikkeld. Pas bij nummer 25 begint het een samenhang te krijgen. Hij heeft vast een aantal ideeën toen al bedacht, maar het is aan het wankelen en zwenken te merken dat het verhaal onderhevig was aan invallen en stemmingen. Vooral in de losse nummers is goed te volgen hoe de schepper Dave Sim als mens verandert en zijn ideeën langzaam bijstelt. Van iemand die vooral lol wil hebben wordt hij iemand met een boodschap en een inktzwarte visie op de verhouding tussen de geslachten. Dat zijn vrouw en zakenpartner hem na een aantal jaren in de steek liet is daar duidelijk debet aan. Dat zijn fans hem na de hartstochtelijke eerste jaren steeds meer bekritiseren en eisen dat hij bepaalde dingen aanpast hielp vast ook niet. Zijn bijdrage aan de brievenpagina wordt steeds beperkter tot deze geheel verdwijnt. Ook Cerebus zelf verandert met Sim mee. Sinds aflevering 51 werkt hij samen met Gerhard die de prachtige achtergronden doet. Had ik al verteld dat het een zwart-wit strip is?
            In zijn kadrering en ritme is Sim experimenteel en los. Soms wordt een heel nummer gevuld met een enkele vorm over alle pagina's uitgestreken. Soms moet je een aantal nummers achter elkaar op de zij lezen, om tegen het eind het boekje te moeten draaien omdat alles weer reg kom. Een andere keer verzinkt hij in imitatie van zijn helden, Fitzgerald bijvoorbeeld, of Woody Allen, en dan is het veel tekst in de trant van hun werk, zo nu en dan begeleid door een plaatje. Alsof we Kapitein Rob lezen met hele filosofische en humoristische bedoelde handelingen. Deze stukken behoren zeker niet tot het sterktste van het verhaal. Toch zijn ze te verdragen en niet geheel onbeholpen. Deze sla ik zo nu en dan over. Dat zal iedereen wel eens doen. Met een strip kan je altijd terugbladeren. Zijn tekst past zich aan, net als de tekstballonnetjes, aan stemming en bedoeling. Ze zorgt voor veel grappige momenten.


            High Society was het eerste boek dat ik van Cerebus in handen kreeg. Ik had er wel van gehoord, maar alleen in het voorbijgaan. Om even het verhaal van High Society kort samen te vatten: Cerebus arriveert in Iest, een stadstaat waar hij al eens eerder is geweest, en wordt verwelkomd als iemand van hoge rang. Dat heeft te maken met de vorige keer toen hij Kitchen Staff Supervisor van Lord Julius was (een Groucho Marx kloon in uiterlijk, gedrag, maar niet in Machiavellisme). Blijkbaar had dat indruk op de lokale notabelen gemaakt. Cerebus raakt onder invloed van de manipulatieve Astoria en besluit premier van Iest te worden. We volgen zijn campagne tegen de geit van Lord Julius en komen zodoende in contact met allerlei excentrieke karakters. Sim doet op Engelse wijze uit de doeken hoe macht werkt en corrumpeert. Ik zeg Engels omdat de moraal soms nogal doet denken aan die in van de beter Engelse komedies zoals Blackadder. Elke pagina huist wel een grap, een verwijzing naar de populaire cultuur, maar samen vormt het een vernietigende kritiek op het democratische proces.

            Belangrijk aan de serie is niet alleen de megalomane ambitie, maar ook dat Sim als één van de eerste een volledig onafhankelijke strip opzette. De Verenigde Staten werden als stripland al sinds de oorlog verdeeld in twee kampen, die van DC (Superman, Batman) en Marvel (Spiderman, Hulk). Bovendien was het de gewoonte van dit soort bedrijven om alle rechten over de in hun dienst bedachte karakters te behouden, dit tot groot zeer van velen. Sim was één van de eerste die deze praktijk met succes aanviel. De gevolgen zijn er nog steeds van te zien. DC geeft sindsdien bijvoorbeeld Bob Kane alle krediet voor het bedenken van Batman. Al zijn ze nog steeds niet guitig met het geld. Zijn kritische positie won hem veel vrienden in de comicsindustrie, waaronder Alan Moore (Watchmen, V for Vendetta, die overigens niets lijkt te hebben geleerd, aangezien zijn rechten op Watchmen tegen zijn zin nog steeds door DC wordt geëxploiteerd) en Chris Claremont (de man die de X-men echt populair maakte en een karakter introduceert genaamd S’ym, wiens karakter en uiterlijk naar Cerebus verwijst), maar ongetwijfeld ook veel vijanden. Tegenwoordig maakt hij de serie Glamour Puss, die van enige herkenbaarheid als klassieke strip volkomen is ontdaan. En Judenhas, mij vooralsnog onbekend. Hij heeft een eigen uitgeverij opgezet, Aardvark Vanaheim, Inc., om zichzelf te publiceren en zo nu en dan een gelijkdenkende schepper.
            Is het te krijgen in Nederland? Nauwelijks. Een enkele goede stripzaak heeft één of twee van de telefoonboeken in de kast, zo genoemd omdat ze zo dik zijn. In elk wordt een segment van het verhaal verzamelt. Er zijn er 16 van. Je kunt ze ook bestellen bij Aardvark Vanaheim via de fanclub of op Internet als tweedehands vinden.
            Naarmate de jaren vorderen verandert Sim en zijn karakter , waardoor de strip steeds minder fun and games wordt en steeds zwaarder. Tegen het einde in de cyclus Form and void maakt zulk een gruwelijke draai dat het me nog steeds bij staat als één van de meest aangrijpende momenten in de stripgeschiedenis en daarbuiten. Dat je daarvoor eerst al die boeken zou moeten lezen met mindere en betere momenten, dat je daarvoor hebt moeten gieren en ergeren, om dat mee te kunnen maken, dat is alleen maar meer en dan de moeite waard. Het raakt je hart, zo’n stripdiertje. Het doet je pijn om mee te leven, om daar te komen. Het is het allemaal waard. Dat is wat een strip ook kan betekenen. Diep in het leven, vanuit zwart-wit plaatjes.






All pictures copyright Dave Sim, Aardvark Vanaheim, Inc.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen