vrijdag 3 mei 2013

De windbel – een roman van Lucas Hüsgen


Wat mag je verwachten als je in het hoofd van een moordenaar vertoeft? Hoeveel van ons mogen zich moordenaar noemen? Niet van vliegen, verdomde vliegen vlieg eens op, maar van een mens. Waarschijnlijk niemand die dit leest, anders wil ik u niet kennen. Ik heb zo’n vermoeden dat niemand die dit leest een groter dier dan een vlieg heeft doodgemaakt. Verdomme, vlieg eens op vlieg, of ik doe je wat! Doden doen wij nou eenmaal niet meer. Wij kopen ons vlees in de supermarkt en laten de staat een vonnis uitvoeren. Voor het gevang, let wel.


 Enkele van de eilandjes bij Yeosu, Zuid Korea. Een gedeelte van de roman speelt daar af


En als je een roman leest met in de hoofdrol een moordenaar, wat wil je dan weten? Het is al vreselijk genoeg dat we ons kunnen verbeelden iemand te vermoorden, een boek lezen van een begenadigd schrijver over een moordenaar is voor velen een opgave. Onze nieuwsgierigheid zou het wel eens kunnen winnen van onze ethische overtuiging. Misschien vragen we het ons wel eens af hoe dat moet zijn, leven in het hoofd van een moordenaar.

De roman is het beste middel om iets te laten zien van die verborgen wereld. Net als iedereen kan de schrijver zich inbeelden, maar anders dan iedereen kan de schrijver het uitdrukken. Verwacht je het mooie rechte proza van een Grunberg in Gstaad 94-95? Een seriemoordenaar die geordende monologen houdt alsof hij de was doet. Of verwacht je het romige, het barokke, het intens particuliere van Hüsgen? Misschien is het soms even volharden, maar je verwacht verwarring, opstand, onderschatting, overduiding, herhaling, het malende zelf van iemand die zich probeert te overtuigen, die een herinnering probeert weg te drukken. Je verwacht de gecontroleerde gekheid van iemand die op de vlucht is en in Zuid-Korea terechtkomt om daar zijn laatste dagen door te brengen. Je zou best eens in de complexe geest van Bas van Tongeren kunnen terechtkomen.

Ik las op hetzelfde moment ook Dautzenbergs beschaafde roman Extra Tijd, waarin een thema speelt waar ik mij erg betrokken bij voel, de vader-zoonrelatie, maar dat pakte me geen moment echt. Alles was mooi, alles was volgens de regels, met hier en daar zelfs een leuk gek uitstapje, maar de stroom van woorden in De Windbel trok me mee in een maalstroom van angst en verwarring. Met voor mij een hoogtepunt in een gedachtegang over atomen, ja ja. Naarmate ik dichter bij het eind kwam werd de beklemming steeds groter. Wat was er echt voorgevallen? Lucas’ boek is een gevarentocht, een van die momenten in proza dat de lezer een ware ervaring ondergaat.


De windbel is te verkrijgen in iedere boekwinkel of via uitgeverij Het Balanseer. Lucas Hüsgens blog is hier te vinden.


 Uitzicht op de haven van Yeosu, Zuid-Korea

2 opmerkingen:

  1. Treffende keuze van fotomateriaal.
    De eilanden duiken op in de roman als het uitzicht bij de scène met militaire uitkijkpost en vastgebonden meisje.
    De foto van de haven betreft de moderne situatie, waarop de roman (die zich in 2002 afspeelt) anticipeert: de plannen bestonden toen al. Dit is het deel van de haven waar de atomenkwestie begint te spelen (links in beeld, zogezegd).

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.

    BeantwoordenVerwijderen