vrijdag 19 juli 2013

Zon

Als de zon opeens ophoudt met bestaan komen we er op aarde acht minuten en nog wat later achter. Dat is de tijd die het licht nodig heeft om ons te bereiken. Hoe lang het daarna duurt voor het zonnestelsel van slag raakt als biljartballen zonder tafel zou ik niet weten. Dat we met een onzichtbare draad aan de zon vastzitten en ovale cirkels van gemiddeld 150 miljoen kilometers er omheen draaien weet iedereen toch al? Zwaartekracht is een grappig ding. De aarde wil de hele tijd naar de zon vallen, maar door onze snelheid vliegen we er de hele tijd vanaf. Het gemiddelde van die verlangens maakt dat we in een baan rondom blijven.

Ongeveer 330.000 keer zwaarder dan de aarde, ken jij iemand die de aarde kan tillen, draaien er ook nog eens acht planeten en talloze andere stukken steen omheen (onder andere Pluto), allen trekkend en duwend, maar die zon, ja, die zon geeft niet toe. En waar is de zon dan van gemaakt? Waterstof en nog wat spul. De zon is een constante atoomexplosie die de hele tijd dreigt in elkaar te zakken, plomp als een soufflé die te lang in een oven staat. En als de zon dan in elkaar zakt, geef dat nog 15 miljard jaar, dan gaan al die mooie planeten en zo eraan. Ja, ja.

Over die enorme afstand gooit de zon stralen heet licht naar ons, hier op aarde. Licht dat vol giftige straling zit zoals röntgen en gamma en noem maar op. Van alles dat ons zou barbecuen als we geen magnetisch veld om de aarde hadden, als we geen zonnecrème zouden gebruiken, liggend op een strand. Zomer of winter, lente of herfst, de zon vormt het centrum, verandert nauwelijks, behalve zo nu en dan een kleine boer van ruimtegas dat een paar miljoen kilometers het luchtledige in wordt gespoten.

Alle planeten zijn ontstaan uit de rommel die bij creatie niet in de zon werd getrokken. Als tollen van samenklonterend rots spinnen ze rond een ster die is als zoveel andere sterren. Dat we in een ovaal rond gaan maakt voor winter en zomer, maar dat wij vier seizoenen hebben komt doordat onze tol ooit een tikje van iets anders heeft gekregen en kantelde. Sindsdien worden we het hele jaar door afwisselend belicht. Sommige planeten tonen altijd dezelfde kant naar de zon, zoals Mercurius. Het is daar bakken of vriezen geblazen.

Ik overdenk die dingen, op mijn rug gelegen, zwetend boven mijn appartement. De donkerblauwe handdoek is het enige dat mij scheidt van het gloeiend hete bitumendak. Het geeft een dikke geur af die me doet denken aan de jaren zeventig. Druppels zweet kriebelen als blinde mieren naar beneden. De zwembroek die ik draag is qua stof iets breder in de heupen dan de zwembroek van de jaren zeventig, maar is lang niet zo groot als wat we in de jaren negentig droegen. Waren boxershorts een manier om iets te compenseren? Onder mijn hoofd ligt een andere handdoek. Mijn voeten steunen op de hielen in de espadrilles. Het boek is niet ver van de rechterhand. Baksteen van het paleis der kennis. De lucht heeft de eigenaardig donkere blauwe kleur die komt van te lang naar boven kijken. Het tolt een beetje. Beneden kwetteren twee eksters luid. Voor hen is het nooit te heet.



Zinderende stad (schets)
M. Ozymantra

1 opmerking: