vrijdag 30 augustus 2013

Gezelligheid kent geen tijd


‘Man, man, was dat een feestje zeg. Zoals vanouds! Barbecuetje, stapeltje vlees en kip, mais voor de vega’s, je kent het wel. Tomaatje hier, salaatje daar, sausje overal en wat een lol. Gezellig joh!
‘Iedereen was uitgenodigd, de hele buurt. Dat had van mij ook niet gehoeven. Daar was niet iedereen even blij mee. Dat rare meisje van verderop dat altijd zit te zeuren over privacy. Die Marokkaanse die denkt dat ze gediscrimineerd wordt. De Amerikaan die het altijd beter weet, godweetwaarom, die kunstenaar die altijd vragen stelt en bovendien lelijke kunst maakt. Ik bedoel, dan hebben we het gezellig hier, lopen zij hier ook rond.
‘En ik weet ook dat we lekker kunnen zeiken over van alles, natuurlijk. Waarom ook niet? Er is genoeg. Over Zomergasten, het Nederlands voetbal, de pensioensleeftijd, buitenlanders, die aardige Timmermans, het koningshuis, het zomerweer, wolven op de Veluwe, Samsom die scheidt, mensen die niet kunnen ophouden daarover te zeiken, mensen die daarover weer niet kunnen stoppen. Maar een beetje mopperen hoort er toch bij? Dat moet je vooral niet al te serieus nemen. Je moet vooral jezelf niet al te serieus nemen. Dat is toch niet gezellig?
‘Maar ja, voor je het weet begint zo’n zeikbig over iets en kan dan niet stoppen. Ik bedoel, goed, dus de Amerikanen spioneren ons, ze zijn toch bondgenoten? En die Opstelten, da’s toch een toffe man? Dickerdak of zo met die leuke bromstem van hem. Als hij alles van ons wilt weten moet dat toch kunnen? Het is niet alsof ik iets te verbergen heb. Het is niet alsof ze er misbruik van zullen maken.
‘En die Marokkaanse meid, wat een schat zeg en zo leuk dat ze geen hoofddoek draagt en zo anders is dan die anderen, maar hoezo discriminatie? Kom, dat doen we hier niet. Als ze klachten heeft kan ze dat toch gewoon zeggen? Nee, dat is om aandacht zeuren en daar hebben we een hekel aan. Ga toch je pannen poetsen!
‘En die Amerikaan dacht ons te vertellen hoe we de economie moeten regelen? Ja joh, alsof jullie het zo goed doen! Wij weten heus wel hoe we dat begrotingstekort moeten terugdringen. Ik bedoel, onze regering weet het. Het zijn wel tyfusleiers dat ze het verzorgingshuis nog duurder willen maken, alsof onze oma dat ken betalen, maar je gaat ons toch niet vertellen hoe het wel moet? Opzouten. Nog een biertje, zeg ik dan. Tsja.
‘Weet je wat het is? Als iemand zo begint dan wil je eigenlijk meteen weglopen. Maar er is een feestje, er is plezier. God ja, we hebben plezier, is dat zo erg? Dus vragen we hem, diekunstenaar bijvoorbeeld, waarom hij een tafelkleed met zo’n onprettige afbeelding maakt. Wil hij per se ons plezier bederven? Kan hij niet gewoon iets moois maken? Waarom altijd zo met die verf spetteren, waarom altijd die smerige kleuren? En dat vragen we dan met zijn allen, tot ie stotterend en sputterend mompelt “ik wil helemaal niet jullie plezier bederven, maar soms moeten er vragen worden gesteld” en dan vragen we hem waarom die vragen “moeten worden gesteld”. Waarom moet dat? We vragen het net zo lang tot ie normaal doet. Maak gewoon mooie dingen, man!
‘Het enige dat we verder kennen doen is dat soort mensen negeren tot ze stoppen met ons ergeren. Het zijn prima lui, hoor, maar het wordt er zo niet vrolijker op. Bovendien gaan we straks nog naar een verjaardag en een festivalletje en morgen naar het strand. Wie heeft er nou tijd om over dat soort dingen na te denken? Wie heeft daar nou zin in? Dat is toch hartstikke ongezellig? Doe toch eens normaal!’


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen