vrijdag 20 september 2013

De sanering (gedicht)


Dertig zilverlingen was het niet
Laten we duidelijk zijn, verraad
Vraagt een hogere prijs, zelfs met hem
En hij die lustte, hij die duivel
Dat lange haar aan de kapstok, droog ons niet
Hij wilde meer en kreeg alles
Tweede in rij, beter berucht dan onbekend

Zo klonken de woorden, zo werd die kus
En het moment dat alles duidelijk scheen
Onbemind, waar woorden voorheen
Onbemind, waar troost en trouw
Onbemind, na zoveel jaren trouw
Een hond sla je ook niet zomaar
Kunst, de oude K, het ding aan de wand.

Een koud gebouw, van geschiedenis ontdaan
Klaar voor de grote schoonmaak
Klaar om te worden geofferd
Maar eerst moet jij gaan, O trouwe hond
Eerst moet jij wijken, weg ermee
Je haar is nat, het tapijt stinkt, de banier eruit
Je poep ligt overal je pis kuist de toren niet meer

Maar die woorden niet gesproken, die kus
Onthouden, dat geld niet uitgegeven, het grote
Ontkennen dat er iets is geweest, iets van jij
Iets van mij, iets van iedereen, sloot van plezier
Dat is niet om in te zwemmen, dat is niet
En dat is niet om aan te laven, dat is niet
Dat samenzijn is niet, dat is niet, dat is niet



olieverf op doek
90 x 110 cm
2011
M. Ozymantra

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen